Over de gastvrijheid van de kunst

Arie Altena


Dit artikel werd geschreven voor de rubriek Platform in Metropolis M 2002 nummer 5.


Dat festivals en galeries plaats bieden aan politiek en cultureel activistische projecten, deed ik aanvankelijk af als een leeg gebaar van de instituties. Een wanhopige bokkensprong van de kunst die, op zoek naar het nieuwste van het nieuwste, de draad kwijtraakte en het onderscheid tussen activisme en artisticiteit niet meer wist te maken. Niet dat ik er rouwig om was, of het betreurde. Integendeel. Maar ook ik lachte ik er om dat bijvoorbeeld de activisten van rtMark regelmatig werden uitgenodigd als kunstenaars. Wel vreesde ik soms dat de boodschap van het activisme geneutraliseerd zou worden door de context van de kunst. Inmiddels snap ik dat het anders ligt - of verkies ik het om het op een andere manier te begrijpen.

Op de Documenta bijvoorbeeld bekroop mij niet eenmaal het gevoel dat de politieke boodschappen geneutraliseerd of gecošpteerd werden door de kunstcontext. Ik zag rechtstreeks politieke inhouden, die de Documenta hadden uitgekozen om zich te tonen; inhouden die niet per se kunst hoefden te zijn, in een enkel geval misschien niet eens kunst wilden zijn, maar hier toch op hun plek waren. De makers hadden dankbaar gebruik gemaakt van de uitnodiging om hun werk te tonen, in de hoop dat de kunstcontext de inhoud goed zou doen uitkomen. In de wetenschap dat hun boodschap ook haar weg vindt in tijdschriften, op internet, bij demonstraties, op billboards, op lokale televisie.

Tentoonstellingsmuren kunnen de politieke betekenis alleen neutraliseren als de kunstcontext het primaire referentiekader is. Veel hedendaags werk verhoudt zich echter primair tot de recente geschiedenis, het dagelijks leven, de politiek, immigratie, ecologie, en secundair, of zelfs helemaal niet, tot een kunstcontext, het eigen functioneren of de kunstgeschiedenis. Ze doet niet primair een uitspraak over wat kunst moet doen of zijn. Ze doet en toont. Ik word daar erg vrolijk van.

Is het dan geen bewuste strategie van de kunst: het activisme binnenhalen om zichzelf te tooien met een aura van relevantie, om te tonen dat zij wel degelijk met het dagelijks leven, de politiek en de buitenwereld te maken heeft? Is het niet zo dat de aalgladde commercie alles weet te annexeren, gevolgd door de kunst? Natuurlijk wel. Mercedes bereid een reclamecampagne voor die gebaseerd is op de acties van Reclaim the Streets. En bij de uitgeverij Steidl kwam een full color glossy fotoboek van Joel Sternfeld uit (Treading on Kings) over de protesten in Genua, dat de fotogeniekheid van het hedendaags activisme toont. Maar wat maakt dat uit? Reclaim the Streets zal niet ophouden omdat Mercedes zich haar PR-strategie toeeigent. En je kunt ook zeggen dat de anders-globalisten handig gebruik maken van het medium glossy fotoboeken om hun idee‘n te presenteren. Dat je daar dan niet de totale controle over hebt is iets anders. Maar wie wil totale controle?

Denken in termen als annexatie, en cooptatie is ineffectief en onproductief omdat het voortkomt uit een neiging om de 'zuivere' kunst te beschermen tegen de valse invloeden van de - als vijand beschouwde - op nieuwigheden jagende kunstwereld, en de vieze buitenwereld. Ik zie het liever zo: de wereld van de kunst wordt door activisten, of kunstenaars met een activistische instelling (maar wat is het verschil?) gebruikt om een publiek te bereiken. Ze profiteert daarbij soms dankbaar van de verwarring die er in de kunst bestaat over de inzet van bepaalde projecten. De kunstwereld is een medium om een inhoud te tonen: zo is de kunst - om de term van Henk Oosterling te gebruiken - radicaal middelmatig geworden.

De kunst biedt gastvrijheid. Dat is een verademing in deze tijden waarin het conservatisme hoogtij viert, en de muren rondom eigen huis en haard hoog opgetrokken worden. Het is de gastvrijheid om welke vragen dan ook aan de orde te stellen, de gastvrijheid om moeilijke en complexe zaken te tonen zonder deze te reduceren tot een eendimensionale boodschap. De kunst is dan een terrein waarin ook het politieke opnieuw gedefinieerd kan worden. Waarbij men niet moet vergeten dat kunst zich, ook in haar meest activistische en interventionistische vormen, vooral op het terrein van het mentale en symbolische beweegt.

Lucy Orta exposeerde van juni tot begin oktober 2002 bij Stroom, maar is ook buiten de kunst actief is. Ze gebruikt de gastvrijheid van de kunst om samen met haar publiek te experimenteren met utopische denkbeelden. In een interview met Hou Hanru stelde zij: 'I don't see the museums as spaces any longer, I see them as part of a large management team which help coordinate the various collaborations of the artistic process. There is a physical gallery space for a public to capture a notion of an event that is or has happened outside the space. I have found that an exhibition can form a role to both reflect upon a subject and raise concerns to another level of debate.' (http://studioorta.free.fr/lucy_orta/essays_hanru.html)

Haar ontwerpen, die bijvoorbeeld de functies van slaapzak, tent, en kledingstukken vermengen, bieden een beeld van een mobiele, draagbare architectuur, die flexibel kan inspelen op het sociale. Vluchtelingen en daklozen lijken door haar werk soms wel de personen die het best ge‘quipeerd zijn om te overleven in de chaos. Het werk is sterk genoeg om binnen en buiten de galeriemuren, tot denken aan te zetten over nomadisme, dakloosheid, architectuur, de sociale netwerken. Ze zijn in veel gevallen ook nog werkelijk functioneel. Orta verbindt zo een artistieke en beeldende taal met politieke vragen.

Kunst biedt geen oplossing. Ze documenteert vooral hoe de wereld verandert. Ze toont bijvoorbeeld wat grensoverschrijding en vermenging betekenen; grensoverschrijdingen niet alleen opgevat als morele en artistieke grenzen, maar ook als grenzen tussen staten. (Zoals Heath Bunting deze zomer deed: illegaal alle Europese grenzen oversteken - was zijn actie een artistieke performance of een politieke actie? Beide? Geen van beide? Of doet het er niet toe?) Grensoverschrijdingen en vermengingen gaan met problemen gepaard, maar die problemen blijken - in het beeld dat de kunst er van geeft - verre te verkiezen boven het alternatief: een fort bouwen, alles controleren, en parano•de worden.

Soms kan de kunst iets realiseren dat andere maatschappelijke domeinen niet lukt. Zo krijgt Hirschhorn het voor elkaar om in de - overigens zeer rustige - 'Turkenbuurt' van Kassel een jeugdhonk inclusief televisiestudio te bouwen (dat ongetwijfeld aan geen enkele bouwverordening voldeed). Was dat mogelijk geweest in de veel stroperigere wereld van het maatschappelijk werk en de lokale politiek? En zo bouwde Simparch een skatebaan voor Kassel. Je kunt lachen om de gedachte dat de makers de kunst gebruiken als economische strategie en breekijzer. Dat deze projecten - niet alleen door hun institutionele context - kunst zijn en, in ieder geval in het geval van Hirschhorn, maatschappelijke, politieke Žn artistieke vragen opwerpen is staat buiten kijf. Maar ik word ook vrolijk van de gedachte dat er gewoon een skatebaan op de Documenta staat en er een idioot jeugdhonk in een volkswijk gebouwd is. Je kunt het zelfs beschouwen als populaire kunst, die het mensen in staat stelt creatief te zijn. Als dit nu eens populisme was...

Als de kunst primair een medium is waarin inhouden verschijnen, en gekenmerkt wordt door gastvrijheid, maakt het dan nog uit of een activistisch project plaatsvindt in de kunstwereld of daarbuiten? Cru gezegd: is een weggeefwinkel in een galerie iets anders dan een weggeefwinkel in een kraakpand? Waarin verschilt de skatebaan van Simparch van andere skatebanen? Is er een verschil in betekenis, of is het verschil alleen dat in het ene geval het kunstcircuit de economische onderbouw van de weggeefwinkel garandeert, en het tweede geval afhankelijk is van de inzet van onbetaalde vrijwilligers? Beide weggeefwinkels stellen vragen over het functioneren van onze economie, over de waarde die men hecht aan spullen. Of is het juist deze verwarring die het interessant maakt? Een weggeefwinkel is misschien artistiek gezien niet het sterkste werk, het stelt - neergezet in een galerie - wel meer dan relevante vragen.


gepubliceerd in Metropolis M, nummer 5 | 2002
some rights reserved
Arie Altena
juli 2002

index