ARIE ALTENA

Communism, a group show

De tentoonstelling Communism, onlangs te zien in de Project Gallery in Dublin, kan beschouwd worden als een voorbeeld van het opnieuw politiseren van hedendaagse kunst, wat bijvoorbeeld volgens de Berlijnse conferentie Klartext (maart 2005) momenteel een trend is, 'Het woord communisme wordt meestal voorzichtig gebruikt en gezien als de representatie van een onrealistische utopie en een ideologie die heeft gefaald' stelde het persbericht. De tentoonstelling beoogde juist het communisme te verbeelden als alomtegenwoordige sociale kracht.

Dublin is misschien wel de meest onwaarschijnlijke plek voor deze tentoonstelling. Geen Europees land waar het communisme zo weinig invloed heeft uitgeoefend op de cultuur en politiek. Toen de Russische revolutie de linkse harten in heel Europa in vuur en vlam zette, vochten de katholieke Ieren voor hun onafhankelijkheid. In die strijd tegen de Engelse bezetter was geen plaats voor radicaal socialistische utopieën. Ierland was en is een in- en in conservatief land, waar eigendom heilig is, de katholieke kerk veel macht heeft en de kwestie Noord-Ierland (erfenis van de onafhankelijkheidsstrijd) andere politieke strijdpunten overschaduwt. Waar het communisme bijna overal historische wortels heeft, wonden openrijt of nostalgie opwekt, laat het Ierland onverschillig. Het is er niet en toch is het taboe. Is Dublin daarmee -- bij afwezigheid van de last van een lokale geschiedenis -- juist de aangewezen stad om dit thema aan te snijden?

Op een klein LCD-scherm is een petdragende acteur te zien die een speech afsteekt. Het is een werk van de Poolse Goshka Macuga. De speech is in het Duits, maar het is duidelijk: dit moet Lenin voorstellen. Recht tegenover de Lenin-imitator was de registratie te zien van een heropvoering van het Cabaret Voltaire door de Londense kunstenaar Lali Chetwynd. Chetwynd maakt momenteel furore met theatrale performances die als barok, surrealistisch, absurd en exuberant worden beschreven, termen die zeker ook op haar werk voor Communism van toepassing zijn. De live opvoering was, af te lezen aan de video, een hilarische aangelegenheid, maar de registratie ervan wordt het op den duur echter vooral vervelend. Dat de projectie slecht zichtbaar was en het geluid nauwelijks te horen, helpt daarbij niet erg. Het werk van Macuga en Chetwynd is bedoeld als een simultane performance. De mogelijke relatie van Lenin met de Dada•sten moet daarbij wel het uitgangspunt zijn geweest. (Lenin verbleef in ZŸrich toen de Dada•sten daar hun Cabaret Voltaire opvoerden, er is wel gespeculeerd dat Lenin contact men hen had.) Is het de bedoeling dat we het absurdisme van het communisme gaan zien terwijl we de simultane onbegrijpelijkheid van dada•stische klanken en communistische retoriek ondergaan? Of is het vooral de heropvoering van een historisch moment waarbij de beweegredenen van toen zijn uitgevlakt, waardoor het een parodie wordt. Zeg maar de herhaling van de geschiedenis als klucht, vrij naar Marx.

De tentoonstellingsruimte wordt verdeeld door een gordijn met abstracte motieven die aan het Russische constructivisme doen denken. Ook in dit werk van Eva Berendes is het communisme vooral aanwezig als verleden tijd, het verwijst naar een utopisch geladen avant-garde, zonder die lading voelbaar te maken.De Berlijner Klaus Weber stelt wel een nieuwe utopie voor met zijn Psycho-Botanic-Mirror-House, een maquette van een uit glas en spiegels opgetrokken gebouw waarin een plant met hallucinogene eigenschappen groeit. Een kas waarin het voedsel groeit dat ons moet helpen om een nieuwe wereld te dromen? Of een kasplantje dat ons heldere denken zal verdoven?

Susan Kelly gaat recht op haar doel af en legt je Lenins vraag 'Wat te doen?' voor. Eerder gegeven antwoorden zijn te lezen op biljetten die zijn uitgestald op een 'leesbank' naar het ontwerp van Rodchenko's Workers Reading Room uit 1925. (Of dat laatste er werkelijk toe doet, is de vraag, in ieder geval heeft het in een galerie niet de politiek-sociale lading die het voor Rodchenko had). Het project werd al eerder op verschillende plekken tentoongesteld en de verzameling voorstellen is uitgegroeid tot een intrigerende mix: van uiterst serieus ('gelijk loon voor mannen en vrouwen') tot banaal en flauw ('meer sex'), van poëtisch en ontroerend tot slogans en good-old-party-politics. Allerlei verschillende stemmen, van onbekenden en van prominenten (Alain Badiou, Michael Hardt), onmogelijk onder 1 noemer samen te brengen. Het blijft echter discursief, gedaan wordt er niets.

Misschien was de fietsenmakers-workshop van Seamus Nolan in de kelder het praktische antwoord. Het is de vraag wat het met kunst te maken heeft, maar in een stad die zo vergeven is van auto's als Dublin, samen uit oude en weggegooide onderdelen 'nieuwe' fietsen samenstellen is wel, op grass-root niveau, de realisatie van een 'utopie'. Wie wil kan dat opvatten als een hedendaagse invulling van 'communisme'. Het kwam mij uiterst sympathiek over en aanknopingspunten te over om zo'n workshop de hedendaagse kunst binnen te slepen: recycling, de cultuur van zelfbouw en customizing, de alternatieve fietsscene, kunst als facilitator van creativiteit, de fiets als symbool van een betere, schonere wereld, et cetera. Toch was het niet deze workshop die de meeste aandacht trok. De kunstenaars Declan Clarke en Paul McDevitt wendden de tentoonstelling aan om Dublin een tafeltennistafel te schenken. Ze installeerden deze TischTennisTisch op een druk punt in Dublin. Batjes waren gratis te huur bij de VVV. Het schijnt dat ondernemende straatjongens al na een paar dagen een betaalde batjesverhuur uitbaatten. Deze update van het communisme ontaarde dus in straatkapitalisme.

Dat de negen in een cirkel bevestigde oranje kuipstoeltjes op wieltjes in de tentoonstelling ook een kunstwerk waren - namelijk van Veit Stratmann - werd me pas later duidelijk. Ze waren vooral erg onhandig omdat je niet eens met z'n tweeën naast elkaar kon kijken naar de monitor waarop je Toni Negri en andere hot shots kon horen filosoferen over het hedendaagse, radicale politieke denken. Of was dit juist de bedoeling en werd hier de problematiek van 'het samen-iets-doen' getoond?

Al met al is Communism een problematische tentoonstelling waarin de presentatie het vaak laat afweten en lang niet alle afzonderlijke projecten wisten te overtuigen. Hoe verder de getoonde projecten verwijderd zijn van wat we gewendd zijn als kunst te identifiecren, des te politieker zijn ze. Of dat bedoeld wordt met de trend van een politisering van de kunst, vraag ik me af.

Communism, a group show
Project Gallery, Project Arts Centre, Dublin
21 januari tot en met 12 maart 2005

Gepubliceerd in Metropolis M 2005 | 1 http://www.metropolism.org
some rights reserved
Arie Altena
index