De esthetiek van pauzekunst

Flash en de hoogconjunctuur

Arie Altena


Dit is een langere versie van een gelijknamige artikel dat gepubliceerd werd in het netkunst-nummer van Metropolis M, 2001. In deze versie wordt de discussie tussen Nielsen en de Flash-ontwerpers iets breder neergezet.

Doe mij de korte versie.


Onder website-ontwerpers woedt een richtingenstrijd waarin twee kampen tegenover elkaar staan. In het ene kamp vinden we de ontwerpers die bij het maken van websites uitgaan van gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit. Een goed ontworpen site is een site waarop ook jan-met-de-pet onmiddellijk kan vinden wat hij zoekt. Daarom is het nodig om in het ontwerp aan te sluiten bij gebruikersconventies. De kampioen van dit kamp is de webusability-guru Jakob Nielsen. Hij publiceerde in oktober 2000 op zijn veelbezochte site een column waarin hij zich een fel tegenstander toonde van het gebruik van Flash, het softwarepakket van Macromedia waarmee webanimaties en websites kunnen worden gemaakt. Zijn belangrijkste grief was het feit dat de Flashontwerpers in het botvieren van hun eigen creativiteit allerlei na jarenlang gebruikerstesten en ergonomisch onderzoek tot stand gekomen conventies overtreden. Bovendien zijn, volgens Nielsen, veel Flashsites volledig overbodige saaie reclamespotjes waar je niets mee kunt.

Dat was tegen het zere been van het andere kamp dat bestaat uit de creatieve ontwerpers. Zij zijn bijkans verliefd op Flash en zien zichzelf als hoeders van innovatie en artisticiteit op het WWW. De Nielsen-aanpak leidt in hun ogen tot een saaie eenheidsworst van op klantgemak geoptimaliseerde websites met identieke interfaces, wat perfect past bij het één-klik-meteen-kopen ideaal van de e-commerce. Daarom maken zij, met Flash, sites die net zo spannend en flitsend zijn als de meest poëtische reclamefilmpjes.

Dat echt goede webontwerpers een stuk genuanceerder naar deze kwestie kijken is voor de kunstcontext minder interessant dan de vaststelling dat veel van de Flashontwerpers naast hun commercieële werk ook autonoom werk maken. Zij gebruiken Flash als expressiemiddel, als persoonlijk schetsboek (sympathiek), maken Flashfilmpjes voor de lol. Zo zetten zij hun mening dat dankzij Flash de fun en het experiment in het WWW bewaart worden, kracht bij.

Een voorbeeld hiervan is http://www.qrime.com, van Motomichu Nakamura en Pilar Larrea, beide werkzaam voor een webdesignbureau in New York. Niet van de straat - getuige het gebruik van citaten van Rene Girard en Wole Soyinka - schrijven zij dat qrime hun "particular view of the role of violence in society" uitdrukt.

Qrime bestaat uit een reeks strakke animatiefilmpjes, voornamelijk uitgevoerd in zwart-wit, met anonieme, grappige poppetjes in de hoofdrol. De poppetjes worden van een lopende band gemikt door een boze baas, besmeurd met bloed, zitten opgesloten in een brandende wolkenkrabber, enzovoorts. Qrime is, anders dan de meeste Flashfilmpjes een beetje gemeen. Toch je geniet vooral omdat het mooi, slim en elegant gemaakt is. Je kijkt er vijf minuten naar, denkt "wow", bookmarkt de site en dat is het. Er is nauwelijks sprake van een emotionele impact.

Zo vergaat het iedereen die wel eens Flashfilmpjes bekijkt. Flashkunst - laten we het kunst noemen - is pauzekunst. En de makers beheersen hun métier: in vijf minuten geven ze de kijker een prettige ervaring, kietelen wat, dagen een beetje uit en het glijdt naar binnen als warme choco in de winter.

Flashkunst heeft haar 'niche' gevonden. Flashkunst is even glad en virtuoos als R&B. Volgens Kodwo Eshun bracht R&B het pleasure principle terug in de dance die vastgelopen was in de 'logic of dark' van de drum 'n bass. Je zou kunnen zeggen dat Flashkunst op dezelfde wijze het corporate WWW en de technologische kunst met een flinke dosis plezier injecteert. Flashkunst wil bevallen en de zinnen strelen. Ze is ongevaarlijk en conformistisch. Ze functioneert uitstekend in de context van het consumenteninternet. De makers weten het; zij zijn geen realiteitshackers, en als ze kritisch zijn, schampen ze slechts de oppervlakte. Het is esthetica van de hoogconjunctuur.

Het is alsof Flash, in handen van hardwerkende hippe ontwerpers, verwarrende inhoud en kritiek neutraliseert in het plezier van het werken met vormen. De vormentaal van veel Flashsites is opmerkelijk gelijk, alsof ze niet bepaald wordt door de makers, maar door de kenmerken van het softwarepakket, zoals de metafoor van de animatiefilm en het vectorgebaseerd beeld. Alsof Macromedia's Flash het gebruik van grote kleurvlakken, vloeiende bewegingen en fijne geluidjes oplegt.

Internetkunstenaars programmeren zelf en kennen de techniek, zodat ze in de slag kunnen met de onderliggende technologie en de beschikking hebben over een breder scala aan uitdrukkingsmiddelen. Zij leveren zich liever niet 100% uit aan de vormgevers-tool Flash, dat is immers 'proprietary software', software waarvan de broncode eigendom is van een bedrijf, en niet vrij te gebruiken is, in tegenstelling tot TCP/IP, HTML, javascript of Java. Voor hen is de wereld van bijvoorbeeld bestanden uitwisselen met gnutella, prutsen met netwerken en klooien met programmeertalen als Perl, ook in artistiek opzicht, veel spannender.

Flash is hen teveel verbonden met de corporate opvatting van het internet, waarin de (politiek van) technologie verborgen wordt achter gladde interfaces en kant-en-klare homepage-oplossingen van Microsoft en AOL. De richtingenstrijd Nielsen versus Flash gaat vooral over dat consumenteninternet, innovatie en experiment vindt je daarbuiten, waar je niet ontkomt aan een beetje technologie.

Maar wie op het internet zoekt naar een visuele opkikkers komt uitstekend aan z'n trekken bij de Flashfilmpjes. (Daarna, opgefrist, verder werken). En natuurlijk is Flash wel degelijk een prachtige animatiebouwdoos. Choco is hartstikke lekker in de winter.

meer Flashfilmpjes:
http://www.flashfilmfestival.com/
http://www.k10k.net/

some rights reserved
Arie Altena, 2001

index