Gala Night of the Cannibals

Arie Altena

Afgelopen najaar vond in de Jan van Eyck Academie de tweede Gala Night of the Cannibals plaats. Het leek gewoon een Jan van Eyck- feestje, met een dj en naast de dansvloer een grote videoprojectie met dansende computerfiguren. Maar exact tegelijkertijd vond er een Gala Night of the Cannibals plaats in de populaire computerwereld Second Life (inmiddels meer dan een miljoen 'bewoners'). Wie zijn Second Life-avatar die avond naar locatie 193.74.35 'teleportte', kwam terecht voor de deur van de identiek nagebouwde, virtuele Jan van Eyck Academie. Trap op, deur door, de hal in, links de trap naar boven, rechts de koffiehoek en de dansvloer: precies als in de echte Jan van Eyck. Met als enige verschil dat in Second Life een videostream te zien was met de muziek en de echte dansende mensen. Terwijl in de echte Jan van Eyck naast de dj een ervaren Second Life-speler (Carlos Tapioca, Hiram Serapis of Ethidium Gould) stond, die als vj de virtuele camera hanteerde, zichzelf toonde, of bijvoorbeeld inzoomde op een avatar die zwaaiend met lichtgevende dance sticks uit zijn dak stond te gaan op de virtuele dansvloer. Kortom: beide ruimtes waren die avond met elkaar verbonden.

De Gala Night of the Cannibals was georganiseerd door Hinrich Sachs, kunstenaar en advising researcher aan de Jan van Eyck Academie, in samenwerking met Jochen Schmidt en de Zweedse kunstenaars Simon Goldin en Jakob Senneby (oprichters van The Port, een Second Life-gemeenschap waaruit ook het tijdschrift Flack Attack voortkomt). De titel is een verwijzing naar de soirées die Francis Picabia in de jaren dertig in Cannes organiseerde, maar ook een hint naar de relatie tussen Second Life en het echte leven ('First Life' geheten in Second Life-jargon): de avatar die als een kannibaal het echte leven oppeuzelt. Het zou een vergissing zijn, zo vertelt Hinrich Sachs, om te denken dat het feest of de nagebouwde Jan van Eyck Academie bedoeld zou zijn als kunstwerk. Eerder is het een onderzoekssituatie, een aanleiding tot het verzamelen van materiaal en ervaringen die na afloop tot een film worden gemonteerd. De dag na het feest waren Hinrich Sachs en Simon Goldin dan ook druk bezig om elkaar en anderen te interviewen te midden van de welbekende after party-rotzooi (volle asbakken, lege flessen). Hun interesses: wat voor verbanden ontstaan er tussen First Life en Second Life als de ruimtes met elkaar worden verbonden, zoals tijdens dit feest? Ontstaat er iets dat je 'translokaliteit' kunt noemen en met wat voor ervaring gaat dat dan gepaard? Vindt er communicatie plaats tussen de beide werkelijkheidsniveaus? Verschillen de ervaringen van de Second Life-feestgangers van die van de aanwezigen op het echte feest? Daarnaast zijn Hinrich Sachs en Simon Goldin geïnteresseerd in de specifieke, visuele esthetiek van Second Life, en vragen ze zich af of er binnen Second Life zoiets als een kritische houding kan worden gevonden.

Een intrigerend maar ook problematisch aspect is immers dat Second Life qua ideologie perfect voldoet aan alle regels van een vrijemarkteconomie. Alles kost geld, te betalen in Linden dollars, die te verkrijgen zijn door echte dollars via je creditcard om te wisselen. Anderzijds kun je door slim investeren, beleggen, speculeren en projectontwikkelaar spelen, ook Linden dollars verdienen en deze weer om laten zetten in echte dollars. Dat heeft geleid tot een volledig parallelle economie die deels overloopt in de echte economie. Daardoor is Second Life ook interessant als test- en onderzoeksterrein voor vraagstukken die betrekking hebben op een soort virtueel hyperkapitalisme.

Is het vreemd om een virtueel feest te bezoeken? Niet voor de gebruikers van Second Life. Het is een deel van hun leven, even gewoon als het lezen van een roman, het voeren van een telefoongesprek of chatten. Ik registreerde me daarentegen pas als gebruiker van Second Life toen ik wist dat ik dit verslag zou schrijven. Zo kon ik het feest quasi tegelijkertijd in First en Second Life meemaken, beneden in het echt en in Second Life vanachter mijn laptop in mijn studio op de eerste verdieping van de Jan van Eyck. Daar teleportte ik mijn armoedig geklede avatar naar de virtuele Jan van Eyck, liep wat rond terwijl beneden het feest gaande was. Toen ik weer zelf naar beneden wilde -- ik beweeg liever mijn eigen lichaam dan een avatar -- maar niet wilde uitloggen, liet ik mijn avatar achter bovenaan de virtuele trap. Een plek die vertrouwd voelt. Twintig seconden later passeerde mijn echte lichaam de plek waar ik mijn avatar had achtergelaten. Dat gaf een raar gevoel. Misschien kenmerkend voor iemand die geen ervaren gebruiker is, maar ook een een emotioneel teken van het in elkaar overlopen van werelden.

Dat de interesse in Second Life toeneemt valt eenvoudig te verklaren. De aantrekkingskracht zit vooral in de mogelijkheid om een eigen wereld op te bouwen. Je kunt een eiland inrichten, een droomappartement bouwen en je eigen karakter -- je avatar -- volgens je eigen verlangens vormgeven. Bovendien kun je experimenteren met verschillende rollen en je uitleven in een fantasie. De Galanight bood de bezoekers niet de mogelijkheid om ter plekke, met een gratis avatar, de virtuele Jan van Eyck te bezoeken. Daardoor was het voor veel bezoekers geen spannend ervaringsspektakel en op grond daarvan werd ook wel kritiek gehoord. Maar ik denk dat de organisatoren een juiste keuze maakten. Hadden ze zo'n mogelijkheid wel geboden, dan had de Galanight makkelijk kunnen ontsporen tot een Second Life-publiciteitsstunt met artistiek tintje. Nu was het een feestje, waar First Life-dansers soms reageerden op bewegingen van de geprojecteerde avatars, en waar een dj zijn monotone techno leek te matchen met de bewegingen van geprojecteerde avatars, maar vooral een ietwat vervreemdende, experimentele testsituatie.

Gepubliceerd in Metropolis M, 2007
http://www.metropolism.org
Recensie van het event op de Jan van Eyck Academie, 27 oktober 2006
some rights reserved
Arie Altena
index