Geluidskunst in Nederland

Arie Altena

Soms ben je bijna geneigd om te zeggen dat geluidskunst 'in' is. Kijk maar naar het aantal beeldende kunsttentoonstellingen die ook geluidswerk tonen. Kijk maar naar de festivals die aandacht schenken aan geluidskunst, of er zelfs volledig aan gewijd zijn, zoals Sonambiente dat eerder deze zomer plaatsvond in Berlijn.

Wie zegt dat geluidskunst 'in' is, suggereert dat er een herkenbaar genre is, dat er misschien sprake is van een identificeerbare stroming in de hedendaagse kunst, die -- wie weet -- haar plaats in de eindeloze progressie van de kunstgeschiedenis zal opeisen. Maar wat is geluidskunst? De term wordt tegenwoordig gebruikt om werk met zeer uiteenlopende achtergronden onder één noemer te brengen. We hebben het immers zowel over klankinstallaties als over soundscapes en geluidssculptuur; geluidskunst kan site specific zijn, of juist niet; het visuele aspect kan prevaleren boven het geluidsaspect, maar er is ook geluidskunst die uitsluitend uit geluid bestaat. Er is geluidskunst voor radio (radiofonie, hoorspelen), er zijn geluidswandelingen, maar het kan ook een performance betreffen, of iets wat op een DJ-optreden lijkt. Er is interactieve geluidskunst, en geluidskunst die de mogelijkheden van internet, mobiele telefonie en digitalisering te baat neemt. Er is geluidskunst die ferm onderdeel uitmaakt van de hedendaagse muziek, en er is geluidskunst die vooral interessant is binnen het kader van de hedendaagse beeldende kunst. En dan zwijgen we over de 21-ste eeuwse kunstenaar die zich op alle deze terreinen begeeft. Er is niet één geluidskunst. Er is dus ook niet één Nederlandse geluidskunstscene.

Edwin van der Heide is een Nederlandse geluidskunstenaars wiens werk veelvuldig op festivals te zien is. Zijn installaties hebben altijd een stevige fysieke aanwezigheid. Een luidspreker op een enorme stalen arm draait bijvoorbeeld rustig rond en tast de omgeving af, reageert op toeschouwers die dichtbij staan, volgt hen, bromt, en begint dan in een angstaanjagend tempo rond te draaien. Nog fysieker en ook monumentaler is het werk van de in Nederland wonende Amerikaan Mark Bain. Hij laat muren trillen, de wind door enorme buizen aan het Noordzeekanaal loeien, of laat een huis instorten (de performance Soundhouse), en onderzoekt zo de verhouding tussen akoestiek en architectuur.

Zulk werk herinnert misschien nog het meest aan de geluidskunst van de jaren tachtig: visueel sterke geluidsinstallaties. Een hoogtepunt uit die tijd is ongetwijfeld Remco Scha's The Machines, een batterij aan elektrische gitaren die werden aangeslagen door snaren die door de hele ruimte waren gespannen.

Een verschil met de geluidskunst van toen is ongetwijfeld de toegenomen betekenis van computertechnologie. Neem het werk van Telcosystems -- net als Van der Heide opgeleid bij Beeld en Geluid in Den Haag -- waarbij beeld en geluid worden gegenereerd op basis van door Telcosystems geschreven software. Telcosystems brengt zowel werk uit op dvd, treedt, als live cinema-act op, soms met andere artiesten, en maakt opzichzelfstaande installaties voor beeldende kunsttentoonstellingen. Het opereren in verschillende contexten is kenmerkend voor een jongere generatie 'geluidskunstenaars' uit de laptopscene, met roots in de hedendaagse elektronische muziek.

De in Amsterdam wonende Zuid-Afrikaan James Beckett is dan weer juist nadrukkelijk een beeldend kunstenaar, die werk maakt over de culturele effecten van noise en technische apparatuur. Hij maakte bijvoorbeeld een installatie met 126 bakelieten telefoons, die samen een muziekinstrument vormden, en trad op als mixer van het geluid van koelkasten. Sinds een jaar werkt hij ook intensief samen met de musici van het N-Collective.

Kenmerkend voor de toegenomen aandacht voor geluidskunst is dat er eind vorig jaar een solotentoonstelling van Justin Bennett in het GEM, was te zien. Bennett maakt geluidsinstallaties en field recordings waarin hij meestal de cityscape probeert te vatten. Hij werkte ook samen met Cilia Erens, die een aantal geluidswandelingen uitzette voor blinden en geblindoekten -- waarbij geluid letterlijk beeld wordt. Zulke wandelingen en soundscapes zijn een vorm van geluidskunst voor de openbare ruimte, waarbij het ook mogelijk is om mensen bewust te maken van hun akoestische omgeving en zelfs van de politieke aspecten ervan.

Is dit allemaal geluidskunst? Het zijn in ieder geval allemaal kunstenaars wiens werk te zien kan zijn op een festival voor geluidskunst, of die niet zullen terugschrikken van de opdracht om een klankinstallatie te maken, of een geluidswerk voor DVD of CD 'aan te leveren'. Of ze zichzelf allemaal geluidskunstenaar zouden noemen, of het gevoel hebben tot 'dezelfde scene' te behoren, dat vraag ik me af. En dit zijn maar een paar voorbeelden, waarbij ik nog niets heb gezegd over radiosoundscapes, of de mixers en moderne hoorspelmakers van Radio Worm.

Maar een ding is zeker: het geluid leeft in de beeldende kunst.

Gepubliceerd in nieuwsbrief van De Brakke Grond, juni (?) 2006
http://www.brakkegrond.nl/
some rights reserved
Arie Altena
index