(recensie van)
Erik Kluitenberg, Delusive Spaces, Essays on Culture, Media and Technology

Arie Altena

Delusive Spaces verzamelt meer dan 350 pagina's aan artikelen van Eric Kluitenberg uit de periode 1994-2006. Het is een indrukwekkende hoeveelheid tekst, zeker als je bedenkt dat het in zekere zin het bijproduct is van meer dan tien jaar werk als organisator, redacteur en docent. Kluitenberg gaf les aan een van de eerste nieuwe mediaopleidingen in Nederland, (Media-GN in Groningen) en is sindsdien een onvermoeibaar organisator van manifestaties, debatten en festivals op het gebied van mediacultuur, aanvankelijk vaak in Oost-Europa, inmiddels jarenlang bij De Balie in Amsterdam. In al die hoedanigheden combineert hij culturele, technologische en politiek-maatschappelijke thema's. Het is goed dat er een boek ligt dat inzicht biedt in de beweegredenen van iemand die met zijn organisatorische inspanningen het debat in Nederland mede vormgeeft. Het toont zijn theoretische insteek, het biedt achtergronden, en toont ook zijn persoonlijke interesses.

De teksten uit Delusive Spaces -- daarmee zijn de misleidende ruimten van de media bedoeld -- komt uit drie 'bronnen', of, zoals Kluitenberg het zelf noemt: drie analytische trajecten. Ten eerste zijn er, vrij lange, historisch getinte teksten die het hoofdstuk 'Archaeologies of the Machine' vormen, waarin bijvoorbeeld beschreven wordt hoe de samenleving veranderde door de invoering van kloktijd. In het verlengde daarvan is er de speculatieve media-archeologie, die oog heeft voor de dromen waartoe nieuwe media aanleiding geven. Opvallend is het veelvuldig refereren aan de Amerikaanse techniekhistoricus Lewis Mumford, die Kluitenberg een techniekfilosofie biedt die het culturele, historische en technologische in samenhang beschouwt.

Het tweede deel betreft vooral artikelen met een politiek-maatschappelijke strekking. Ze gaan over de sociaal-culturele ontwikkelingen die samenhangen met de opmars van het internet, en zijn meest geschreven in het kader van een van de netcultuur-events waaraan Kluitenberg deelnam. Ze analyseren de nieuwe situatie, roepen op tot activisme, geven een outline van nieuwe vormen van politiek, brengen de problemen die dat oplevert in kaart, of extrapoleren en doen een meer controversieel voorstel. Hier vinden we bijvoorbeeld het artikel over de 'post-governmental condition' dat hij schreef naar aanleiding van de laatste 'Next5Minutes' conferentie, maar ook zijn uiteenzettingen over hybride ruimte en het recht om 'niet verbonden te zijn' -- onderdeel van Open nr. 11, waarvoor Kluitenberg als gastredacteur optrad.

Tenslotte is er een aantal essays dat, aldus Kluitenberg, gaat over "the presence of the unrepresentable as an experiential rift in contemporary culture and society". (p. 33) Het onrepresenteerbare hier is een verwijzing naar Lyotards filosofie van het sublieme. Bij alle filosofen en theoretici die in Delusive Spaces de revue passeren, lijkt Lyotard degene te zijn die Kluitenberg het langst bezighoudt. Via Lyotard probeert hij duidelijk te maken dat er een plek 'buiten' moet zijn -- 'buiten de media', 'buiten het systeem' -- om kritiek mogelijk te maken.

Wat de artikelen bindt is dat ze steeds cultuur en technologie, maatschappij en media, in samenhang beschouwen: technologie gaat niet alleen over "the calculable and predictable". (p. 69) In de inleiding -- de meest recente tekst -- stelt Kluitenberg dat theoretici de zwarte doos van de technologie moeten openen. Hij benadrukt de noodzaak van hardware en software studies -- een pleidooi waar ik me van harte bij aansluit. Zelf praktiseert hij in de oudere artikelen nog vooral een openen van de culturele zwarte doos: in het technoculturele en het cultureel-technische is het steeds de cultuur die aandacht krijgt.

Een tweede rode draad is het benadrukken van de verbondenheid van de gedigitaliseerde mediaruimte en de niet-digitale werkelijkheid. Hij ontwikkelt hiervoor het concept van hybride ruimte, die de flow of space en de space of flows combineert. Daarom insisteert hij op een activistisch gebruik van nieuwe media dat zich niet beperkt tot de internetruimte.

De teksten geven een overzicht van de ontwikkeling van het 'mediadiscours' van de afgelopen tien jaar. Van de pre-WWW-dagen naar de activistische tijd van de tactical media (toen het internet een alternatieve ruimte leek te worden naast 'de media'), tot de huidige cultuur van altijd-aangesloten-moeten-zijn en haar zwarte kant: de totale datamining en continue real-time tracking van zowel databodies en producten als menselijke lichamen. In die zin traceert Delusive Spaces ook de overgang van een massamediale spektakelmaatschappij waarin macht uitgeoefend kan worden door zichtbaarheid in de media naar een maatschappij waarin alles de facto zichtbaar en traceerbaar is. In die wereld geldt, aldus Kluitenberg, dat "Power is vested (...) not in the ability to connect and become visible, but in the ability to disconnect, to become invisible and untraceable, at will." (p. 287) Daarom stelt Kluitenberg dat we het recht om niet-aangesloten-te-zijn moeten verdedigen: als een manier van verzet, om een plek te creëren van waaruit kritiek mogelijk is.

Is Kluitenbergs concept van hybrid space wellicht het belangwekkendst, het recht om niet-aangesloten-te-zijn zet het meest aan het denken. Maar het aantrekkelijkst vind ik nog steeds zijn artikel 'Media Without an Audience'. Het leunt sterk op een lang citaat uit de theorie van de soevereine media van Bilwet en is ook qua methode schatplichtig aan Bilwet. Toen het in 2000 geschreven werd was het een op de spits drijven van een idee, inmiddels is het een rake beschrijving van een mediawerkelijkheid, waarin iedereen zender is en er alleen als je geluk hebt nog een paar vrienden luisteren. Er worden dan geen boodschappen meer de wereld in gestuurd er is enkel nog een poging om contact tot stand te brengen. Of, zoals hij het in 'The Pleasure of the Medium' zegt, "Self-mediation does not aim at communicating -- at conveying a message -- instead it tries to establish affective relationships." (p. 283) Hij vat dit op als een antropologisch principe: het is een poging om ons thuis te gaan voelen in een omgeving die van nature niet de onze is. Het zijn zulke passages waarin Kluitenberg de schijnbare paradoxen van onze mediasamenleving in woorden vat, die deze bundel de moeite waard maken. Dat er in het boek ook veel bekends staat, misschien te veel samenvattingen van andermans inzichten, en dat het als geheel onevenwichtig is, neem je dan graag op de koop toe.

Eric Kluitenberg, Delusive Spaces, Essays on Culture, Media and Technology, Institute of Network Cultures/NAi Uitgevers, Rotterdam 2008, ISBN 9789056626174, euro 19,90

Gepubliceerd in OPEN No. 15 Maakbaarheid, NAi Uitgevers, SKOR, 2008, p. 200 - 201
http://www.skor.nl/artefact-3916-nl.html
some rights reserved
Arie Altena
index