ARIE ALTENA

Hoe je luistert, nu

Tot de uitvinding van opnametechnieken aan het einde van de negentiende eeuw, was geluid een vluchtig verschijnsel. Het was zoals de multi-instrumentalist Eric Dolphy in 1964 zei na een optreden met de Nederlandse musici Misha Mengelberg, Han Bennink en Jacques Schols: "When music is over, it's gone in the air and you can never capture it again..." Dat sloeg vooral op de magie van de jazzimprovisatie, maar het is precies ook een samenvatting van de efemere kwaliteit van geluid. Het is er en meteen is het weg. Ondertussen bezitten honderdduizenden mensen die opname van Dolphy, zetten de naald in de groef, laten de cd langs het laseroog lopen. Sinds de uitvinding van opnametechieken is geluid een object geworden. Geluid is bevrijdt van haar tijdelijkheid, ze kan worden herhaald en herhaald.

Muziek werd in de twintigste eeuw dan ook tot handelswaar. Muziek werd iets dat je bezat. Het aanleggen van een platenverzameling was in de jaren zeventig een manier om je identiteit te construeren, met het bezit van bepaalde muziek verklaarde je je aanhanger van een sociale groep. Met de bewuste keuze van te draaien elpees, een handeling die met zekere eerbied moest worden uitgevoerd opdat er geen tikken en krassen op het vinyl zouden komen, werd de dag muzikaal gestoffeerd, en bevond de luisteraar zich in aan zijn verlangde identiteit en stemming aangepaste geluidsomgeving.

Het format van de elpee leidde, voornamelijk in de popmuziek tot het idee van het afgeronde 'album', een afgewogen op elkaar afgestemde verzameling songs waaraan een groep of artiest minstens een jaar gewerkt had. Dat geluid tot object kon worden, verklaart wellicht waarom beeldende kunstenaars in de jaren zestig en zeventig elpees maken. De elpee, met dubbeluitklaphoes is immers heel geschikt als esthetisch object, en leent zich er ook voor een conceptuele aanpak. Maar wat een nostalgie overvalt degene die hierop nu terugkijkt! Neem de tentoonstelling Vinyl, record and Covers by Artists die onlangs in het Neues Museum Weserburg in Bremen te zien was, met bijvoorbeeld elpees van Art & Language (1976), Hanne Darboven (1981/82), Henri Chopin (1971) en de covers die Raymond Pettibon voor Black Flag maakte. Deze elpee- en albumcultuur ligt niet eens zo ver achter ons, maar is nu al enkel goed voor een terugblik of een nostalgische herwerking.

Natuurlijk luisterde niet iedereen met gepaste eerbied naar de albums van de grootmeesters. De cassetterecorder leidde tot een levendige cultuur van het maken van mixtapes. Zo eigende de luisteraar zich muziek toe, en maakte het mogelijk om door nieuwe verbindingen op andere manieren naar muziek te luisteren. De tentoonstelling Kassettengeschichten en het boek Mix Tape, the Art of Cassette Culture (2005), samengesteld door Sonic Youth voorman Thurston Moore, documenteren deze inmiddels teloorgegane kunst van de mixtape. Achteraf is het vooral een vage afspiegeling van wat zou komen, en opnieuw wekt het nostalgische gevoelens: de geluidswereld van voor de mp3, pre-iTunes, pre-iPod.

De erosie begon met de cd. Was de elpee nog een ding, de groef de zichtbare objectivering van de muziek, de cd is nooit meer geweest dan een informatiedrager, verpakt in de eeuwig onhandige jewel case. Toen de vrije uitwisseling van mp3-files over het internet eenmaal een grote vlucht begon te nemen (rond 2000), begon men te fantaseren over de celestial jukebox. Binnen afzienbare tijd zouden we muziek niet meer zelf hoeven te bezitten, alle muziek zou altijd beschikbaar zijn op de netwerken, en ieder van ons zou daar op elke plek toegang toe hebben. Stel je voor: ieder zijn eigen iPod, draadloze connectie met dat muzieknetwerk, ingeplugd op continu gestreamd geluid dat op het best bij je stemming past. Die utopie ligt nog buiten bereik, al is ze ongetwijfeld technisch mogelijk, inclusief features als feedback tussen je gemoedsgesteldheid (meting van pols, lichaamstemperatuur), de plek waar je je bevindt (location-awareness) en het afgespeelde geluid (gekozen door zelflerende, op jou afgestemde software). Muziek en geluid, zijn dan wel digitale informatie geworden, de bezitsdrang is niet verdwenen. Men download mp3s naar de eigen laptop en op de eigen iPod. De betekenis van dat bezit is echter geïmplodeerd. Ik weet zelf niet meer welke muziek ik 'heb', Meer dan de helft van de mp3s heb ik (nog?) niet eens beluisterd. De eigen verzameling wordt een archief voor geluidstreams, materiaal voor toevallige mixes. Cd's worden tegenwoordig na aanschaf meteen geript en dan opgeborgen. Alles is mp3-formaat. Je stelt er de soundtracks mee samen die je werk (of leven) begeleiden. Dat iTunes nog werkt met 'albums' is als het opduiken van een spook van het verleden. Een tijdje geleden realiseerde ik me dat ik nooit meer een duidelijk begin of einde van een track hoorde. Het duurde even voor ik erachter kwam dat de voorkeuren van iTunes ingesteld stonden op het in elkaar overlopen van de tracks. Al de afzonderlijke 'meesterwerken' worden zo onderdeel van een persoonlijke, zelfs gepersonaliseerde soundtrack. Dat gaat verder dan de vaak gememoreerde 'verrassende connecties' die iTunes maakt (bijvoorbeeld van Michel Foucault naar MF Doom of van Luc Ferrari naar Louis Jordan). Alles wordt geluid. Het moment van luisteren telt, niet het bezit, niet de identiteit van de track.

Maar luister je wel? Of hoor je alleen? De soundtrack komt tot ons in mp3-formaat, op z'n ergst uit kleine computerspeakertjes, of uit de witte iPod-oordopjes, of anders uit bijvoorbeeld een autoradio. De industriële standaarden stellen limieten aan het geluid dat op deze manier technisch wordt voortgebracht. Er is een rijkdom van geluid, die hier verdwijnt. Tenminste, voor wie goede oren heeft. Het maakt fysiek groot verschil of je een solo voor contrabas van de Engelse componist Brian Ferneyhough live hoort, of uit je laptop. (Het jaren-zeventig luisterparadijs was nog een luxe leunstoel en high end stereo-apparatuur (of beter nog: quadrofonisch!)) De fysiekheid van het geluid wordt daarmee een des te interessanter gebied om te onderzoeken binnen de beeldende kunst: het aftasten van de grenzen van de elektronische geluidsproductie, het oprekken van de industrie-standaarden, het gebruik van andere outputmedia (een trillende muur in plaats van het membraan van een luidspreker), of ook het onderzoek van stilte en afstand in geluid. Het zijn thema's die bijvoorbeeld Jan-Peter Sonntag en Franz Pomassl bezighouden. Want hoe rijk ook, aan de continue stream, die utopie van de mix, ontbreken dimensies. Diepte, afstand, fysiekheid en aandacht.

In de loop van de twintigste eeuw ontstaat er vanuit de muziek interesse in omgevingsgeluid. Varese stelt dat muziek georganiseerd geluid is, en incorporeert sirenes in zijn composities. Cage verklaart elk mogelijk geluid tot materiaal voor muziek en behalve Cage is het ook de Amerikaanse componiste Pauline Oliveros die ons de oren opent voor de soundtrack van het dagelijks leven. Zij propageert deep listening, waarbij we aandacht hebben voor alle geluiden om ons heen. Pierre Schaefer, een van de grondleggers van de music concrete, introduceert de term acousmatisch luisteren, waarbij je niet zoekt naar een referentie voor een geluid ('dit is een klarinet'), maar puur naar het geluid als geluid luistert. De aandacht voor omgevingsgeluid signaleert een verschuiving in luisterhouding. Het is tenslotte de Canadese componist R. Murray Schafer die begin jaren zeventig systematisch omgevingsgeluiden gaat archiveren. Hij wordt daarmee de grondlegger van de soundscape. Voor hem is de soundscape van de wereld een "vast musical composition which is unfolding around us ceaselessly". Het geluid van de wereld zelf nestelt zich tussen de elpees en bandopnames van muziek.

Het onderzoek van R. Murray Schafer wordt vooral gedreven door het inzicht dat de soundscape van de wereld radicaal aan het veranderen is onder invloed van de voortschrijdende industrialisering en vertechnologisering. Hij verzet zich als een van de eersten tegen de geluidsvervuiling en huldigt een radicaal ecologisch standpunt. De Spaanse geluidskunstenaar Francisco Lopez, opgeleid als bioloog, werkt in het verlengde van Murray Schafers Acoustic Ecology Movement, maar wijst een groot deel van de opvattingen van die beweging af. Murray Schafer zal het geluid van een vliegtuig of drilboor op ideologische gronden afwijzen, Lopez doet dat niet. Een field recording is volgens hem bovendien nooit zuiver een representatie van de werkelijkheid, het is een creatieve handeling. Lopez gelooft in de mogelijkheid van 'blind', opnieuw niet-referentieel luisteren. Hij noemt dit profound luisteren, dat recht doet aan de betekenis en de inner world van het geluid. Bij Lopez wordt de soundscape, bijvoorbeeld van de opnames van het regenwoud in Costa Rica (La Selva, 1997), door een luisterbeslissing, tot muziek. Hij schrijft: "It's our decision -- subjective, intentional, non-universal, not necessarily permanent -- that converts nature sounds into music. We don't need to transform or complement the sounds (...) And attaining this musical state requieres a profound listening, an immersion in the inside of sound matter." (Cox & Warren, p.87).

Wie heeft dan nog de iPod nodig, die onophoudelijk gecomprimeerde mp3-files streamt uit de celestial jukebox, via een lullig koptelefoontje in je eigen prive-headspace? Luister en dagelijkse geluiden worden tot muziek. Kunnen we niet beter de oordoppen uit doen en luister naar een rijker geluid, met meer diepte, meer dimensie? Misschien niet.

Ik heb lang op de begane grond gewoond, meteen aan straat. In die tijd draaide ik onophoudelijk muziek, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Het geluid van de straat was te dichtbij, ik wilde en kon het niet horen. Nu woon ik op zes hoog. Straatgeluiden komen van beneden, drilboren uit de verte, de tram komt om de hoek voorbij, alleen vogels zijn soms dichtbij. Ik hoor het geruis van de stad (en op sommige dagen kun je het voelen aanzwellen) en ik hoor de klok van de Westerkerk. Al is er continu geluid, het stoort niet dankzij het besef van ruimte: de meeste gebouwen rondom me zijn lager. Sinds ik hier woon draai ik verhoudingsgewijs weinig muziek. Ik weet niet meer wat ik aan mp3s op de externe harde schijf heb staan. Ik zet liever de deur naar het balkon open.

R. Murray Schafer merkte al op dat de soundscape van de stad lo-fi is. Alles is er close-miked, er is geen afstand, geen perspectief, overspraak op alle kanalen. Je weet niet meer waarnaar te luisteren, alles is te dichtbij. Je moet je afsluiten. Daarom creeëren we onze eigen mp3-soundtracks, playlist na playlist. Maar op zes-hoog in Amsterdam, van maart tot en met oktober, als het warm genoeg is om de balkondeur open te laten staan, is mijn soundtrack het geluid van de stad. Luisteren naar muziek, een track van Nass El-Ghiwane, een solo van Coltrane, de nieuwe cd van Maja Ratkje, wordt dan, opnieuw, een bewuste handeling: je klikt een specifieke mp3 aan, je gaat zitten voor dat ene radioprogramma, of je gaat naar een concert. Als het voorbij is, is het opgelost in de lucht.

 

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van:

Christopher Cox & Daniel Warner (red.), Audio Culture, Readings in Modern Music, Continuum, New York & London, 2004.
David Toop, Haunted Weather, Music. Silence and Memory, Serpents Tail, London, 2004.

In Haunted Weather, Music. Silence and Memory onderzoekt David Toop de betekenis van geluid en muziek in een wereld die verandert is door digitale technologie, en schijft over musici en geluidskunstenaars die ons bewust maken van de rol van geluid in het dagelijks leven. Hij stelt: "Digital communications have pitched the idea of space into confusion, so the relationship of sound to space has become an immensly creative field of research. This may be the resonant space of rooms, soundscape recordings of urban and natural environments, performance spaces or the airless virtual space of the computer hard drive. Some of this new creative activity is concerned with invisible forces such as pressure waves and psychoacoustics: some concrentrates on audible, barely noticed sounds or private gestures. A greater understanding of how human perception and psycho-physiology works runs in parallel with the fascinations of the sounds that surround us yet lie beyond our conscious awareness." (p. 3)

Vinyl, record and Covers by Artists
Neues Museum Weserburg, Bremen
21 augustus tot 27 november 2005

Kassettengeschichten
http://www.kassettengeschichten.de/
o.a. Museum für Kommunikation, Bern
21 oktober 2005 tot 5 maart 2006

Thurston Moore, Mix Tape, the Art of Cassette Culture, Universe Publishing, 2005

Gepubliceerd in Metropolis M 2005
http://www.metropolism.org
some rights reserved
Arie Altena
index