Van Amerikaanse literatuur naar nieuwe media

Arie Altena


In 2000 organiseerde de de Constantijn Huygens kunstacademie in Kampen een Studium Generale met als thema "Netwerken". Op een van de dagen heb ik een deels geïmproviseerde lezing/presentatie gehouden over Amerikaanse literatuur en netwerken. Mijn uitgangspunten waren een aantal citaten uit Gravity's Rainbow en Mason & Dixon van Thomas Pynchon, een artikel van Bruno Latour waarin hij de Actor Network Theorie kritisch onder de loep neemt. en Webstalker, de browser van I/O/D. De onderstaande tekst, geschreven in de dagen voorafgaand aan de lezing, had ik bij me als houvast. Ik was vast van plan om er een artikel van te maken. Dat is er tot nu toe niet van gekomen, en ik zie het voor eerst niet gebeuren.

M.a.w.: deze tekst is grondverf voor een artikel. Daarom ontbreken verwijzingen, is er aardig wat aan te merken op de structuur, enzovoorts. Nevertheless: please enjoy. (De vertaling van de Mason & Dixon citaten is van mijzelf).


Inleiding: over een spijker, wat is een netwerk?
Een spijkers sla je op de kop en ergens in. "The first nail in the coffin is I guess the word network...This is the great danger of using a technical metaphor slightly ahead of everyone's common use. Now that the WWW exists, everyone believes they understand what a network is. While twenty years ago there was still some freshness in the term as a critical tool against notions as diverse as institution, society, nation-state and, more generally, any flat surface, it has lost any cutting edge and is now the pet notion of all those who want to modernize modernisation. "Down with rigid institutions" they all say, "long live flexible networks".

Deze uitspraak van de Franse wetenschapssocioloog Bruno Latour is mij uit het hart gegrepen. Weliswaar is de uitspraak in eerste instantie gericht op het gebruik van het woord netwerk in de sociologie, en meer specifiek in de Actor-Network Theory, maar hij slaat de spijker op z'n kop: "Now that the WWW exists, everyone believes they understand what a network is". En dat geldt evengoed voor mij.

Netwerken dus, een term die tegenwoordig constant in de mond genomen wordt, die populair is als verklaringsmodel evengoed in de economie als in de wetenschap.

Alles is een netwerk, alles kan beschreven worden als een netwerk. Netwerken zijn vertrouwd geworden, de moderne mens wordt immers omringd, zelfs gedefinieerd door de transport- en communicatienetwerken. Daarin beweegt de mens zich en laat zich leiden door de circulerende gedelocaliseerde informatiestromen. Het WWW ("een op hypertekst gebaseerd communicatienetwerk") is, in het dagelijks leven van velen het meest tastbare bewijs geworden dat kennis gelinkt is, in feite uit links bestaat, en dat zoiets eigenlijk voor de hele werkelijkheid geldt. En sinds de introductie van de superflexibele, gedereguleerde netwerkeconomie is het denken in netwerken helemaal niet meer weg te branden. Het netwerkmodel beheerst het moderne leven.

Ik ben me beginnen af te vragen of ik wel begrijp wat een netwerk is. Gebruiken we het woord netwerk altijd in dezelfde betekenis? Zou het niet kunnen zijn dat er meerdere soorten netwerken zijn, dat er zelfs radicaal verschillend gebruik van het woord netwerk gemaakt wordt? Is het ene netwerk gelijk aan het andere en is het terecht om de transport- en communicatienetwerken (spoorwegen, telefoon, kabel, elektriciteit, Internet) te gebruiken als schijnbaar universeel inzetbaar, neutraal model van wat een netwerk is?

Mason & Dixon
M&D, uit 1998, is een historische roman over wetenschap en techniek in de premoderne tijd. Aan het einde van het eerste deel spreken de hoofdpersonen Mason en Dixon, astronoom en landmeter, hun avonturen. Ze hebben in opdracht van de Royal Society verbleven aan de Kaap, op Sint Helena en op Bencoolen (Sumatra) om daar astronomische observaties te doen die nodig zijn voor het vaststellen van de lengtegraden - op dat moment, we zijn in 1765 ongeveer, een heikel probleem voor de scheepvaart, want alleen als de lengtegraden precies gemeten kunnen worden is exact navigeren mogelijk, en exact navigeren is een zaak van zeer groot handelsbelang geworden, want de schepen komen zwaarbeladen met kostbare goederen uit de "Oost". Economie, wetenschap en techniek en politiek zijn nauw met elkaar verbonden; wat Pynchon aantoonde voor het twintigste-eeuwse kapitalisme in GR - de verstrengeling tussen de oorlog en de multinationals -, toont hij voor het pre-Moderne tijdperk aan in M&D.

(Terzijde opgemerkt dat Pynchon weliswaar een historische roman schrijft over de wetenschap, techniek en economie in het tijdperk van de Verlichting, maar, via slimme anachronismen, ook een analyse geeft van wetenschap, techniek en economie in onze tijd. Het geheime netwerk waarmee de Jezuiten over de hele wereld kunnen communiceren is, ahum, op te vatten als The Internet, huhuh.)

citaat p. 252
"Haastig begint hij (nl. Maskelyne, Mason vertelt na wat deze zei) uit te leggen", zegt Mason nu tegen Dixon, "dat Voorstellen gedaan moeten worden via de Oostindische Compagnie, wiens meest westelijke station in Bagdad is gevestigd. Want, door de vallei van de Eufraat, via Mosoel naar Aleppo, waar de meest oostelijke Factorij van de Turkse Compagnie is gevestigd, leidt een prive Communicatielijn, - Feloeken, vluchten van wonderbaarlijke duiven, koeriers met een onvoorstelbare geheugen, Rollende Vloedgolven van berichten, weinige op papier, stroomopwaarts en afwaarts, - die de twee Compagnieen al zeer lange tijd intiem verbindt. Alles zou onmiddellijk geregeld worden voor astronomen op Sint Helena, zelfs op Bencoolen, een duidelijk geval van Verplichting om Dankbaarheid. Maar voor diensten van enige 'Complexiteit' - de betalingen stijgen - is de Plicht van de Compagnie niet zo duidelijk geregeld. Vooral sinds de route van de Turkse Compagnie inkomsten verliest door de vloten die de Eerbiedwaardige Jan dagelijks rond de Kaap jaagt in die verbazingwekkende winden, - en terwijl Janissars, Sherifs en Ottomanen strijden om de restjes.

(...)

"Neem wat ik nu zeg niet anders dan als Nieuwsgierigheid", zegt Dixon, " - waarom blijkt iedere observatiepost die door de Royal Society voorgesteld wordt een Factorij, of Consulaat, of een ander agentschap van een een of andere koninklijke compagnie?"

Wat ik mooi vind in deze bladzijde uit Mason & Dixon is dat heel plastisch wordt voorgesteld hoe een boodschap, met alles wat daar mee samenhangt, verspreid wordt over de wereld. Hoe ze vaste grond krijgt, hoe ze zich settelt.

Eigenlijk gaat dit fragment natuurlijk over de verpreiding van handel en over kolonialisme, zelfs over de hedendaagse vorm daarvan (multinationals en andere NGO's die meer macht hebben dan natie-staten).

Het gaat ook over communicatie en over netwerken. Welke netwerken? 1. het communicatienetwerk - in stand gehouden door koeriers, feloeken &c. 2. de VOC als een organisatie die gedragen wordt door haar communicatienetwerken en haar verbindingen en afspraken met anderen - een netwerkmaatschappij -. 3. de VOC die zich daadwerkelijk verspreid over de wereld, en de Royal Society die daarmee meelift. Alles is van elkaar afhankelijk. De beschrijving van de werkelijkheid - de kapitalistisch-koloniale werkelijkheid - is een "netwerk van relaties".

Pynchon toont dat die verschillende netwerken met elkaar te maken hebben, dat het ene netwerk afhankelijk is van het andere. Maar is het woord netwerk in alle drie de gevallen gelijk?

Naar nieuwe media, Internet en WWW
Neem het Internet. Is dat één monolitisch netwerk? Neen. Het eerste netwerk dat er een rol speelt zijn de kabels die in de grond liggen, plus de satelietverbindingen. Het is een fysieke infrastructuur, aangelegd door ingenieurs, ze is vrij statisch en kan vergeleken worden met het spoorwegnetwerk. Maar daarmee heb je nog niets, er moeten treinen op rijden. Het versturen van boodschappen, het communiceren van computers onderling, gebeurt met het IP-protocol. Dat is het feitelijk Internet, en het is dynamisch in zoverre dat je pas kunt spreken van het bestaan ervan als er boodschappen verzonden worden. Het bewegen van al die boodschappen bij elkaar kun je dynamisch noemen. Het WWW is een stap verder in de zin dat de informatie die er op de computers opgeslagen ligt daadwerkelijk met elkaar verbonden is - wat mogelijk gemaakt wordt door de ingenieursnetwerken en de HTTP-techniek. Elk bestand heeft een adres en dat adres kan in een ander bestand opgenomen worden als link. Zo is een "nieuwe" vorm van kennisrepresentatie ontstaan waarin het feit dat stukjes kennis (je kunt zelfs zeggen: elementen van de werkelijkheid) met elkaar verbonden zijn in het opslag- en representatiesysteem van kennis materieel geworden is. (De verwijzing die zo lastig is in drukwerk, is hier geïntergreerd). Belangrijk is echter de vaststelling dat het netwerk van met elkaar verbonden webpagina's niet statisch is, dit is een netwerk dat door een handeling van een actor tot stand gebracht wordt, waarop andere actors weer kunnen reageren.

Is in deze omschrijvingen van netwerk de betekenis van netwerk steeds gelijk? En is het een zelfde soort netwerk als de netwerken van politiek, economie, wetenschap en techniek die Pynchon beschrijft?

En is het neutrale, door ingenieurs aangelegde transport- of communicatienetwerk toereikend als model voor al die netwerken?

Als we het over netwerken hebben, hebben we het dan wel altijd over hetzelfde? En is het wel terecht dat we dan meestal denken aan door ingenieurs aangelegde netwerken zoals het telefoonnetwerk, computernetwerken, Internet. Dat zijn de netwerken die gebouwd zijn, bedacht zijn, om communicatie technisch mogelijk te maken. Het bestaan van het netwerk gaat vooraf aan het verzenden van boodschappen. Netwerktheorie veronderstelt een focus op communicatie, op overdra cht; maar is dat per se (de dubbelklik-theorie van) de probleemloze overdracht van signalen?

De spijker dieper in het hout
Ik keer terug naar het citaat waarmee ik begonnen ben. Latour, die zich al decennia bezig houdt met "netwerken", vraagt zich nadat hij de eerste spijker in de doodskist van het woord "netwerk" geslagen heeft af:

"What is the difference between the older and the new usage?" (the old usage: het gebruik van de term bij Pynchon - de werkelijkheid beschreven als netwerk -, the new usage: het huidige, dagdagelijkse, strooien met de term in de context van WWW en new economy).

"At the time (Latour bedoelt jaren tachtig), the word network, like D&G's term rhizome, clearly meant a series af transformations - translations, transductions - which could not be captured by any of the traditional terms of social theory. With the new popularization of the word network, it now means transport without deformation, an instantaneous, unmediated asscess to every piece of information. What I would like to call 'double click information' has killed the last bit of critical cutting edge of the notion of network."

Het oude gebruik van netwerk heeft, zoals Latour aangeeft, meer te maken met wat Deleuze & Guattari 20 jaar geleden in hun boek Mille Plateaux schreven (een boek bedoeld om op nieuwe ideeen te komen, niet een compendium van kloppende wetenschappelijke informatie!). Zij, filosofische vaders van het netwerk-denken, stelden daarin de netwerkmetafoor - meer speciaal het rizoom - centraal om een andere manier van denken te stimuleren. Hun denken vertrok vanuit de connecties binnen een netwerk en de connecties tussen ongelijkwaardige netwerken. "...de chainons semiotiques de toute nature y sont connectes a des modes d' encodage tres divers, chainons biologiques, politiques, economiques etc. mettant en jeu non seulement des regimes des signes differents, mais aussi des statuts d'etats des choses." (MP 13). Zulke connecties zijn niet passief, het zijn acties, veranderingen: "Tout cela, les lignes et les vitesses mesurables, constitue un agencement" (MP, 10). En dat inzicht mist in het nieuwe gebruik.

In de netwerktheorie van Latour is het netwerk, als beschrijving van bijvoorbeeld een sociale werkelijkeheid, een gebeurtenis ('event' een term ontleent aan Whitehead), het is een ontologie, het is, onder invloed van allerlei actoren constant in beweging.

Een netwerk zoals Latour dat bedoelde in de samenstelling actor-network theory, is de "summing up", de samenvatting van alle interacties. Actor & netwerk feitelijk twee zijden zijn van hetzelfde fenomeen - elke actor is weer een netwerk, en elk netwerk kan een actor zijn. Een actor-netwerk is (de beschrijving van) een handeling die verbonden is met alle factoren die de handeling beïnvloeden.

Wat er mis is is het volgende: Waar "netwerk" in de translatiesociologie, de ANT, een term was om de complexiteit zichtbaar te maken en te begrijpen, lijkt ze in het dagelijks gebruik (en ook in de sociologie) een term geworden te zijn om de complexiteit onder tafel te vegen, om zaken op een lijn te krijgen, om de boel te vereenvoudigen. Zeg "netwerk" en men heeft het gevoel wel iets te snappen. (Ik ook trouwens).

Via Latour kan ik dus een antwoord geven op de vragen die ik eerder gesteld heb. Ik denk dat als we het woord netwerk gebruiken, we vaak juist die complexiteit die in de oude actor-network theory centraal stond, proberen te vatten. Maar terwijl we dat proberen slaan we de complexiteit plat door bij netwerk vooral te denken aan Internet, WWW, aan de dubbelklik-meteen-resultaat-ideologie die ook het economisch denken met haar volledig vrij en onschuldig stromen van goederen en geld beheerst. Dat idee van netwerken is nauwer verbonden met de technische communicatiewetenschap, die zich bezig houdt met de vraag hoe een signaal zo optimaal mogelijk over een kanaal verstuurd kan worden zonder vervorming, dan met de complexiteit van de sociale werkelijkheid.

Wat ik zou willen is dat die complexiteit niet vereenvoudigd voorgesteld wordt door de notie van netwerk te gebruiken, maar dat de complexiteit weer centraal komt te staan.

Even belangrijk is de vaststelling dat er meerdere soorten netwerken zijn en dat deze niet zomaar tot elkaar te herleiden zijn, ook al zijn ze van elkaar afhankelijk.

buiten of tussen het netwerk? cartografie van de netwerken
De belofte van het WWW was: kennis verbinden, zelfs mensen verbinden. Op het WWW telt welke links je maakt naar anderen, wie er naar jou linkt: die verbindingen maken je tot wat je bent, je bent een netwerk van relaties. De links verbinden je aan anderen, die vormen de context van jouw site. Zo situeer je jouw site, zo situeer je de kennis die je aanbiedt.

(Voorbeelden te over; de manier waarop elk boek bij Amazon gelinkt wordt aan andere boeken "wie dit boek kocht, kocht ook"; het linkgedrag van liefhebbers: veel verwijzen naar anderen; sites met politiek relevante informatie waar getracht wordt een debat te laten plaatsvinden).

Die relaties kun je ook in beeld brengen en analyseren. En dat is waar een begin mee gemaakt wordt door de sociale filosofie. Je kunt kaarten maken van de netwerken, door de links af te beelden. In een woord: info-mapping.

Waarom zou je een kaart van een netwerk willen hebben? Om overzicht te krijgen - een kaart van het spoorwegnetwerk kan handig zijn (vraag: heb je het ook nodig als je een zoekopdracht naar een database kunt versturen?). Om in één oogopslag verbanden te zien die anders ten onder zouden gaan in de vloedgolf van gecommuniceerde boodschappen. (Zo willen ze bij de Europese Unie heel graag een systeem maken dat info-maps genereert van lijvige rapporten!) Of gewoon, omdat een kaart informatie zou kunnen geven over het terrein - al is het geen terrein...een ruimtelijke metafoor toegepast op iets dat niet ruimtelijk is...

Dat laatst is het geval met veel van de projecten van "cybergeografen" die door Martin Dodge verzamelt worden op http://www.cybergeography.org. De meeste zijn pogingen om het hele netwerk van het Internet in kaart te brengen met de klassieke geografische middelen. Soms betreft het een kaart van het door ingenieurs aangelegd netwerk (plaatje Arpanet), soms een kaart van informatiestromen op dat netwerk.

De Webstalker is een metabrowser die de verbondenheid van HTML-pagina's op het WWW afbeeldt. Hij is in Director geprogrammeerd door het engelse collectief IOD, bestaande uit Matt Fuller, Simon Pope en Colin Green. Je tikt een adres in en het programma gaat op zoek naar de links in dat document, volgt deze, en beeldt ze af, of elke gevonden pagina worden weer de links gestalkt en afgelbeeld en zo ontstaat een grafiek van de verbindingen.

Wat Webstalker, overigens bedoelt als kunst en volgens mij een hoogtepunt in de nog jonge net.kunst, niet kan is de inhoud, de betekenis van die links tonen. Wat voor verbindingen het zijn, wat de context van de link op een pagina is blijft in wiskundige duisternis gehuld.

Een poging om die betekenis wel in beeld te brengen wordt ondernomen door het govcom.org-project dat, in samenwerking met de Londense Royal College of Arts eerst aan de Universiteit van Amsterdam en daarna aan de Jan van Eyckacademie ondernomen wordt. Uitgaande van de idee dat verschillende instellingen op het WWW met elkaar in debat zijn - denk aan Shell en Greenpeace en de overheid, drie instellingen met een mening over het broeikaseffect - wordt het linkgedrag op sites geanalyseerd en in beeld gebracht. Een verbinding is per slot van rekening nooit gewoon een verbinding, een link is zelden een neutrale verwijzing. Dit zijn kaarten van netwerken waarin geprobeerd wordt recht te doen aan de complexiteit, aan de verwevenheid van sociale werkelijkheid en het WWW, en aan het netwerkkarakter van beide. Ook hier spelen verschillende netwerken een rol: de fysieke infrastructuur; Internet en WWW-technologie; de met elkaar verbonden webpagina's; het netwerkkarakter van de gecommuniceerde inhouden op die webpagina's, oftewel het feit dat kennis altijd uit verwijzingen bestaat; het netwerk van belangen; de verbondenheid van sociale werkelijkheid en WWW. En de onderlinge afhankelijkheid van al die netwerken opgevat als netwerk.

Is het een vergissing om te veronderstellen dat al die netwerken van hetzelfde soort zijn? Dat weet ik niet. Het is wel een vergissing om te veronderstellen dat de betekenis van netwerk in al die gevallen te herleiden is tot de technische term, in de zin van een spoorwegnetwerk, een telefoonnetwerk, of het Internet (hoe complex die ook zijn).

conclusie
Er zijn verschillende netwerken. Als we terugkeren naar de twee citaten van Pynchon dan zie je dat daar ook verschillende betekenissen van de netwerken door elkaar lopen, en, belangrijk, dat ze van elkaar afhankelijk zijn. Precies op de manier waarop ook het Internet en het WWW verschillende soorten netwerken ondersteunen, en daarmee zowel "een ingenieursnetwerk" zijn, als "door een aktiviteit, door overdracht, door translatie aktief tot stand gebracht netwerk" mogelijk maken. Zoals ook uit de pogingen om cybercartografie te bedrijven naar voren komt dat er verschillende netwerken zijn. Het is een vergissing om die netwerken gelijk te stellen. De focus op netwerken is er niet om de complexiteit onder tafel te vegen "hoera voor de flexibele netwerken" en economische uitbuiting wit te wassen met stralende onschuld (het neutrale netwerk). Maar om de complexiteit en de overdracht, en de verschillen een kans te geven, en uit te laten komen.

Arie Altena, 2000
opmerkingen welkom, natuurlijk

index