William T. Vollmann
HET ZICHTBARE SPECTRUM

Het is belangrijk dat de patiënt vooraf weet dat sommige doses verminderd zullen worden, maar niet met hoeveel of wanneer. Vloeibare orale en injecteerbare pijnstillers zijn het eenvoudigst te verdoezelen.

Philip Rubin , M. D., ed., Clinical Oncology for Medical Students and Physicians: A Multidisciplinary Approach, 6e editie (1983)*

* Gepubliceerd door de American Cancer Society. Hoofdstuk 29 (“Principles of Psychosocial Oncology”), sectie: “Terminal Palliative Phase."

De rode lijn

Voorovergebogen en op zijn krukken leunend verdwijnt een patiënt in de witte glasachtige gang en is zo ijverig bezig de rode lijn te volgen dat het een plezier was om naar te kijken. “Je komt op het verkeerde moment, jongen” lachte de kerel bij de receptie van de Röntgenafdeling. “Iedereen is gaan lunchen. “Dat doen ze, weet je, wanneer ze gaan lunchen sturen ze iedereen hierheen.”
     “Heeft u allergieën” vraagt een vrouw vriendelijk aan een man met een metalen klem op zijn neus. De man lag op een brancard. Hij ging bijna dood. - ”Nee”, zei de man. Zo nu en dan kon je de zolen van omzwachtelde voeten uit de brancards die langs de rode lijn gereden werden zien steken; de rode lijn die soms splitste of opging in de blauwe lijn, omdat zij de betekenis van die andere lijn liefhad, of als een moeder die haar hand loswringt uit de angstige greep van haar kind; de rode lijn liet je zelfs weleens in de steek en dan waren er enkel lacunes op de vloer die de spot met je dreven
      “Gaat u ook maar lunchen,” zei de man van de Röntgenafdeling vriendelijk.

Verhalen van de man van de Röntgenafdeling

Een man die hij kende was net verongelukt in de Broadwaytunnel. De man reed op een motor. Een veel te snel rijdende auto had hem netzolang langs de vangrail gesleurd tot zijn hoofd los kwam van zijn romp. Ik stel me dat hoofd voor, hoe het door de lucht zeilt, dieper de tunnel in zeilt, verwonderd over het uitzicht, terwijl de moordenaar wegraast in zijn auto, bang, net als wij allemaal, om veroordeeld te worden wegens doodslag; en lang nadat de moordenaar zichzelf had laten verdwijnen in het verkeer van Chinatown bleef dat hoofd stijgen, gefixeerd in zijn verbazing, omringd door het eeuwig ruisen van die tunnel; andere auto’s haastten zich naar huis naar een andere dood en ze zagen dat eenzame hoofd zo hoog boven hen zelfs niet, en reden nog steeds zestig mijl per uur, hun voorruiten werden geheiligd met zijn laatste druppels bloed, en hij zei tegen zichzelf Hoe kan dit mij zijn overkomen? - en de motor vliegt pijlsnel en betrouwbaar verder de lange rechte tunnel in, de dode handen van het dode lichaam nog steeds om de handvaten geklemd; maar het dode hoofd vertraagde naar vijftig mijl per uur, veertig mijl en begon zijn fatale tocht naar het beton - niet dat het dode hoofd ooit zou weten dat het gevallen was: - de eeuwigheid van de dode hersenen zou bewaard blijven, als een vlinder in een album, als het heldere ruisen van kleuren.
      De man van de Röntgenafdeling zei dat er soms mensen kwamen met volkomen kapotte gezichten, zwarte pulp of groene pulp of blauwe pulp waar hun ogen ooit zaten. Hij zei dat men soms niet op de aanwijzingen lette en de groene lijn volgde in plaats van de oranje lijn, de blauwe lijn in plaats van de rode lijn. Het ziekenhuis was dan niet langer verantwoordelijk. Als dit voorkwam werden de vreselijkste fouten gemaakt. Er werd een nier weggehaald bij mensen die alleen kwamen om hun enkel te laten spalken. Mensen verloren zonder reden armen en benen onder de botzagen. - Hij maakte een grap, natuurlijk. Ik vond hem een erg grappige kerel. Meestal waren de fouten niet zo ernstig.

Het sprookje van de stervende longen

Er was eens een man wiens longen aan het verrotten waren en ze zwollen op vol zwarte troep en ploften in zijn borstkas als stuifzwammen zodat hij gedurende een periode van twee jaar langzaam begon te stikken. Ze legden hem uit dat hij aan het einde van die twee jaar zou sterven. Hij kreeg meer en meer moeite met ademen. Uiteindelijk ging hij naar het ziekenhuis in de wetenschap dat hij er niet meer levend uit zou komen, en ze reden hem langs de brede zwarte lijn en stopten hem in zijn sterfbed en terwijl hij daar lag te piepen vroegen de dokters hem toestemming om hem een No Code status toe te kennen. (Een No Code patiënt wordt niet aan beademingsapparatuur gelegd als zijn hart stopt). “Laat de natuur haar werk doen,” zeiden de dokters. De man gaf zijn toestemming om niet aangesloten te worden. Maar de tijd verstreek en zijn leven ging voorbij en hij kon niet ademen. Hij was als een zwemmer onder water die wanhopig probeert aan de oppervlakte te raken en de koele lucht met grote weldadige teugen naar binnen te zuigen, maar als zijn hoofd bovenkwam moest hij naar adem happen in schuim en stuivend water en elke keer was het moeilijker om boven te komen en moest hij ademhalen in meer water (het water was zijn eigen vocht dat uit de vernielde lymphenzee zijn longen overstroomde), en hij raakte in paniek en smeekte om aangesloten te worden op de beademingsapparatuur, maar, daarvan in kennis gesteld, concludeerden de dokters dat hij niet meer bij zinnen was omdat hij om iets vroeg dat niet in zijn eigen belang was - namelijk, bij adem te komen en beetje langer blijven leven; en, trouwens, het kostte het ziekenhuis geld om het beademingsapparaat te laten draaien, dus hielden ze hem No Code, en hij stikte en stikte en stikte en stierf.

De zaken beginnen

In de middag stroomden er meer patiënten binnen. Een man die iets met zijn been had lag achterover op een brancard en kreunde met zijn tanden op elkaar “Ik kan niet meer! Ik kan niet meer!”
      Een vrouw werd langs de blauwe lijn naar de lift gereden. Ze schreeuwde en schreeuwde van de pijn. “O, mijn God!” schreeuwde ze. Iemand in een witte jas boog zich over haar heen om haar te onderzoeken. Ze begon veel harder te schreeuwen zodat het in de hal echode van haar schreeuwen die tegen de glasachtige wanden ketsten en langs het glasachtige plafond zeilden. Je hart brak ervan zo zinloos waren die schreeuwen. - ”Rustig, rustig,” zeiden de verpleegsters tegen haar. (Wie kon hen dat kwalijk nemen? Als ik altijd zou moeten luisteren naar mensen die de hele tijd schreeuwden dan zou ik ze ook zeggen rustig te zijn.) “Hou op,” zeiden de verpleegsters. “Wat is je geboortedatum? Ontspan je nou maar. Wat is je ziekenfondsnummer?”

De wachtkamer

“Vierenzestig duizend man dood, in één minuut,” zei de veteraan op de bank terwijl hij met zijn voet heen en weer ging langs de groene lijn. Hij had groeven in zijn voorhoofd die zo diep waren en zo dicht tegen elkaar aan lagen dat het wel strepen leken. Hij was vrijwel helemaal kaal. “Die verdomde Jap vermoorde goddomme mijn vrouw,” zei hij. “Stak gewoon een stuk bamboe in haar.”
      “Heb je het gezien?” zei de zwarte man die naast hem zat.
      “Verdomme, ja, ik zag het. Ik kon niets doen. Maar ik zag de Jap die het deed. Ik heb zijn gezicht onthouden. Ik zat vier jaar in dat gevangenenkamp. Toen ontsnapte ik. De anderen met wie ik samen ontsnapte zeiden waar ga jij heen? - Ik zei ik ben over tien minuten terug. Ik ging terug en vond die klootzak van een Jap en zei jij vermoorde mijn vrouw; ik ga jou vermoorden. Hij dacht eerst dat ik een grapje maakte. Hij dacht niet erg lang. En nu is de oorlog voorbij en zeggen ze tot ziens, lul! we hebben je niet nodig. - En ze denken dat ik een linke klootzak ben. Oehhhh, zeggen ze, die’s link!
      “Hee man, je hebt het gemaakt.”
      “De enige reden daarvoor is dat ik judo en karate kan, als ik weer moet moorden dan doe ik het.”
      “Dat heb ik ook uit ervaring geleerd,” zei de zwarte man zacht.
      “Ik vind die Reagan wel goed. Weet je waarom? Hij zou de bom op die verdomde Jappen gooien.”
      De luidspreker zei, “Tilda Barrett naar de selectiebalie.”
      De blinkende krukken waren de aantrekkelijkste voorwerpen in de kamer. Op de tweede plaats kwamen de wandelstokken met rubberen punt die nogal vrijpostig scheef tegen de zittingen geleund stonden terwijl hun eigenaars in dimensies staarden die het bevattingsvermogen van wiskundigen te boven gaan, of ze dommelden in hun baarden. - Daarna kwamen de schoenen, smerige gympen, twintig jaar oude puntschoenen, sandalen die niet langer wit waren, platte bootschoentjes voor vrouwen die zo populair waren in de jaren vijftig en zestig en natuurlijk de omzwachtelde voeten van de kreupelen, het verband schoner dan bergsneeuw zodat het witte haar en de witte baarden van de kreupelen groezeliger leken dan ze in werkelijkheid waren. De robuuste schoenen en ander loopmateriaal beloofden hun eigenaars te zullen overleven.
      Daarna kwamen de gele armbanden die gedragen werden door de patiënten. Deze waren van vrijwel onverwoestbaar plastic. Over tientallen jaren zouden ze nog steeds lichtgevend en geel zijn.
      Bijna net zo mooi was de regenboog van lijnen op de vloer. de rode lijn ging naar Atlantis, de oranje naar Hyperborea, de gele naar Thule, de groene naar de Hemel , de blauwe naar de Hel, de indigo naar de Louteringsberg en de violette naar God weet waar.
      Soms stonden er een paar mannen of een vrouw op nadat ze een half uur geduldig hadden zitten wachten en gingen aan de andere kan zitten. Eén vrouw ademde op een manier waardoor haar borstkas fibrilleerde maar ze zat rustig een tijdschrift te lezen, ze was er klaarblijkelijk aan gewend. - Veel van deze mensen zagen er niet ziek uit. Wat zijn we slecht in het herkennen van het lijden van anderen! - Die rokers, bladzijdenomslaanders, en blikjesdrinkers, ze zaten allemaal te wachten tot de blauwe middaghemel van hun zaterdag donker zou worden zodat hun tijd voorbij zou zijn en zij ontvangen zouden worden. Dikke vrouwen krabden hun oksels met de armen over elkaar. Mannen zaten te zitten. Ze zaten te zitten en wachten op de beslissing over hun lot. Gezichten bleek, kragen opgezet, wallen onder de ogen, ze wachtten. Elk half uur werden één maal één of twee namen omgeroepen. Soms stond er niemand op. Ooit stond een vrouw moeizaam op, de rimpels van pijn op haar voorhoofd ontspanden zich een moment door de opluchting Geroepen te zijn en ze hobbelde langzaam langs de oranje lijn om haar wortel te krijgen. Maar ze was niet Geroepen en al snel kwam ze bij ons terug.
      Een man las een uur lang geconcentreerd in een tijdschrift. Tenslotte legde hij het neer. De hele tijd had hij niet één pagina omgeslagen. De veteraan pakte het op en keek er een tijdje naar. Toen hij het neerlegde zag ik dat ook hij het niet had zitten lezen en er alleen naar had zitten kijken omdat hij ergens naar moest kijken. Uiteindelijk stond hij op en volgde de groene lijn die hem het ziekenhuis uit leidde.

Goedgekeurd worden

Van de selectiebalie moet je langs de rode lijn naar de registratiebalie, dan terug naar de algemene wachtkamer totdat je beurt kwam, dan opnieuw langs de rode lijn naar de wachtkamer van de Röntgenafdeling, dan langs de indigo lijn naar de Röntgenkamer, dan terug naar de wachtkamer van de Röntgenafdeling, dan naar de selectiebalie, dan de algemene wachtkamer, en als je tenslotte de oranje of violette lijn volgde werd je toegelaten tot de kamer voor besloten consulten met haar smerige stalen brancards van verschillende afmetingen, stalen lamp, de witte gootsteen met de lange kraan die erboven gebogen hing als de hals van een zwaan en het pak Travenol tissues. Vloeistof druppelde door een complex van buizen langs de muur. De kamer was vierkant en streng. Hier werd over je toekomst beslist. Hier zou je verteld worden of je behandeld zou worden of dat je teruggestuurd zou worden, de wrede wereld in.

De I.V. League

“Volg de blauwe lijn maar” zei de Engel die onze daden boekstaaft. “Heb je al gehoord dat de president maandag een urinetest moet ondergaan?”
      “Hij moet wachten op de wachtlijst!” riep een lachende vrouw die al haar tanden miste. Ze lachte en knipperde met haar ogen toen haar ader gevonden werd. De flebotomist lachte een beetje verlegen naar haar. Ze riep haar vriend, “Hee, kom ‘ns hier en raak ‘m! Hij weet niet waar ‘ie me moet raken!”
      De bloedafname vond plaats een ronde tafel, in het zicht van de rode lijn. De verslaafden gingen zitten en dan boog de flebotomist zich naar hen toe.
      “Ik heb me op AIDS laten testen toen jullie hier voor het eerst waren en ik heb de uitslag nooit gekregen,” zei de volgende verslaafde verontwaardigd. Ze was een zwaargebouwde blondine met bont en blauwe armen. “Toen jullie me voor het eerst hier hadden namen jullie alleen mijn moeders meisjesnaam op. Daarna veranderden jullie de procedure voor mij.”
      “We doen het nog steeds zo,” zei de Engel die onze daden boekstaaft. “Maar je moet naar afdeling 86. Volg de witte lijn.”
      “Oh, de witte lijn? Dan hebben jullie het veranderd.”
      “Meisjesnaam van je moeder?” zei de Engel die onze daden boekstaaft.
      “Browder.”
      “En wat was de naam van je vader?”
      “Ik heb je gezegd dat ik m’n vader niet ken.”
      “Nou, laten we hem dan X noemen. Kun je dat onthouden?”
      De blondine knikte sereen. Ze ging naast de flebotomist zitten en rolde haar mouw op.
      “Ik rook,” plaagde de flebotomist, “maar ik drink niet, ik spuit niet en ik zit niet achter de vrouwen aan.”
      “Oh shit!” lachte de blondine. “Wat saai!”

De rode en de blauwe lijn

De volgende man weigerde de test te doen. Hij ging zitten en stond toen op en liep terug langs de rode lijn.
      “Hij is fantastisch,” legde zijn vrouw uit. “Een groot man. Maar hij heeft gangreen in zijn alvleesklier en het meeste ervan is weggevreten. Hij wil niet weten of hij antistoffen heeft.”
      De man na hem was erg rustig en vertrok geen spier toen de naald in zijn arm gezet werd. Maar hij keek weg. Ik vond het erg merkwaardig dat als je zelf vier tot vijf keer per dag spuit het je niets doet dat er een naald in je arm gezet wordt maar dat je er niet tegen kunt om een ander het te zien doen.
      “Ik kan me mijn nummer nu niet herinneren,” klaagde een vrouw in de hal. Ik kon een tijdlang zien dat ze naar de blauwe lijn staarde.
      Een meisje met lang bruin haar kwam binnenstormen. - “Ik heb de vorige keer gemist, dus dit is nieuw voor me,” sputterde ze opgetogen. De flebotomist bond het tourniquet om haar arm. Haar schouders gingen omhoog toen de naald in haar arm gezet werd.
      “Ze testen iedere week je urine,” zie het meisje opgewekt, “en als je niet schoon bent dan mag je baby niet houden, je mag zelfs geen alcohol drinken. Ik heb een vriendin en die is straight maar ze drinkt wel. We gingen altijd samen met de auto uit. Nu kan ze nergens heen zonder een blikje Bud. Ze is één keer zwanger geweest. Toen trouwde ze met een advocaat, dus volgens mij heeft ze wel goed gescoord. Ze wilde die advocaat een dochter schenken omdat ‘ie een goed echtgenoot was, maar ze moesten het in de 18e week weghalen. Ze nam er een foto van. Het was helemaal wit. Toen probeerde ze een zoon te krijgen. Wist je dat baby’s altijd massief zijn? Nou, deze was hartstikke bleek en slap. Hij is drie maanden en kan nauwelijks zijn hoofdje optillen.”
      “Volg de blauwe lijn,” zei de Engel die onze daden boekstaaft.
      “Mag ik het nog een keer doen?” riep de blondine vanuit de hal. “Ik krijg er zo’n kick van. Je hoeft me dan niet te betalen.”
      “Ik wil graag de voornamen van je ouders,” zei de Engel die onze daden boekstaaft tegen de volgende. - “Moeder: Mary,” zei de man met zekerheid. “Vader, euhh...” - Hij dacht lang na - “John” - Hij zat heel stil en bewoog zijn wangen op en neer. Hij droeg een grijze baret en speelde met zijn vingers.

Mensen zonder aders

“Lukt het niet ofzo?” vroeg een verslaafde verlegen. Hij moest zijn goede ader aanwijzen; ze konden er geen vinden. Maar zijn goede ader was opgebruikt net als de rest. De flebotomist schoof het tourniquet naar beneden. Hij porde wat met zijn vinger, drukte, sloeg. probeerde het nog eens en nog eens met zijn wijsvinger; en zuchtte tenslotte en veegde de plek af met alcohol. - “mmm mmm” zei hij hoofdschuddend.
      “Het is wel goed zo,” zei de verslaafde. “ik denk niet dat je een ader kunt vinden. Ik moet trouwens toch weg. Ik loop wel langs die rode lijn.”
      “Nou, laten we het nog eens proberen,” zei de flebotomist.
      “Zelfs ik heb soms moeite om een ader te raken als ik wil spuiten,” zei de man.
      “Gelukkig ben ik tweehandig. Was ik tenminste. Normaal zijn mijn aders best goed. Er zit vandaag een prop of een abces.”
      “Wil je je laten testen?” zei de Engel die onze daden boekstaaft tegen de volgende.
      “Ja, maar ik heb geen aders!” Grimassend deed de vrouw haar jas los. Haar armen zaten onder de blauwzwarte plekken. De flebotomist drukte zachtjes met zijn duim en ze leunde naar voren, zo graag wilde ze hem helpen zo dacht ik tenminste eerst, maar toen zag ik dat ze geen hoop had.
      “Goed,” zei de flebotomist, “we zullen deze proberen, net onder de kleine vlinder. Je hoeft niet te kijken.”
      “Dat is goed,” zei ze. “Ik kan er niet tegen om te kijken als een ander het doet.”
      De hele ochtend keek ik naar het ritmisch stuiteren van de vingerbal tegen de rubberachtige aders. De meeste verslaafden droegen lange mouwen. - “We zouden er waarschijnlijk wel duizend op en dag kunnen doen,” zei de Engel die onze daden boekstaaft. “Absoluut.” - Tussen de patiënten door sloeg de staf de bladzijden van de krant om. - “Die vrouw waarmee ik een onderhoud had doet methadon,” zie de dokter, “en ze spuit drie keer per dag heroïne.” - Toen de verslaafden binnen kwamen stond de andere dokter op en zette zich schrap. “Hou de naalden in de gaten,” zei hij gedempt.*

* Het is voor een verslaafde erg moeilijk om aan naalden te komen. Oude naalden moeten verzorgd worden als een baby, net als oude aders. Er was een verslaafde die zijn naald invette met oorsmeer.

De groene lijn

Een knap jong meisje kwam binnen. Ze had lang zwart haar. “ik ken jou!” zei ze. Ze had een tatoeage op haar arm - een versierd ijzeren kruis. Ze sterkte haar armen uit over de tafel.
      “Zullen die aders ooit weer goed zijn?” zei ze.
      “Waarschijnlijk niet,” zei de dokter kortaf.
      “Ik wil alleen maar dat ze weer normaal worden,” zei ze.
      “Heb je deze gebruikt?” zei de dokter.
      “Nee. Of, nou, misschien één keer.”
      De dokter porde wat.
      “Mijn kleine meisje wordt nu echt vervelend,” zei ze. “Ze wil weten wat zijn die blauwe plekken op mamma’s armen? ik zeg haar mamma probeerde een tatoeage te maken maar het ging niet goed en het kwam in mamma’s aders terecht.” Ze keek met grote ogen naar de naald. “Ik zit helemaal te trillen,” zei ze. “Hoe kan dat nou weer?”
      “Hou eens stil,” zei de dokter.
      “Ik zorg ook voor de kinderen van mijn zus. Ze hebben mijn zus neergeschoten. Ze was 6 maanden zwanger. Ze vonden haar bij de Missie. En ze is gecremeerd, dus ik heb haar as bij mij in de kast staan. Haar kleine jongen, die huilt iedere nacht. Ik weet niets dat ik tegen hem kan zeggen. Ik druk hem tegen me aan en hou hem vast. Het is een goed joch.
      “Oké,” zei de dokter, “het is bijna klaar. Volg de groene lijn om de hoek.
      “Haar bloed druppelde in het lange rode buisje.

De uitdaging

“Mijn geboortedatum is 23/7/27,” zei de oude zwarte man.
      De jonge flebotomist rolde de mouwen van de man op en toonde de wereld die twee zwarte gespierde armen. “Zeg me maar welke de beste is,” zei hij.
      “Nou,” grinnikte de oude man, “het zou hier kunnen lukken. Als je het gaat proberen. Net als de anderen hield hij zijn baseballpet op.
      Hij zat daar terwijl de flebotomist probeerde hem bloed af te nemen. Intussen hielp de dokter een vrouw en een andere man. - “ik denk dat ik die test maar eens doe,” zei de blonde jongen. “Ik had er vier maanden geleden al één, is dat oké wat jullie betreft? “Het is goed,” zei de Engel die onze daden boekstaaft. “Ik bleek positieve antistoffen te hebben,” zei de jongen, “dus ik denk dat ik me zorgen zou moeten maken.”
      De zwarte man was er nog steeds. “Er is niet maar één plek waar je het kunt krijgen,” zei hij geduldig. “Ik weet er alles van. Ik ben een drugverslaafde; heel m’n leven al. Ik weet waar het bloed zit!”
      “Goed,” zei de flebotomist verveeld. “Kun je voor ons bloed prikken?”
      “Allicht.” De oude man leunde naar voren en begon te zoeken naar die speciale ader, zijn geheime schat die nog niet opgebruikt was. Natuurlijk zou de innerlijke voorraad van de oude man twee keer zo rijk geweest zijn als hij zijn bloedvaten meegeteld had, maar die zouden de heroïne weg van zijn diepste centrum hebben gevoerd en het zou zich verspreid hebben naar zijn vingertoppen door haarvaten die smaller en smaller werden als droogvallende rivieren. - Nee, alleen de aders waren geschikt en aders waren schaars bezit. Zou hij die ene ware buis van geluk weten te vinden? - Ja! - Ik hoorde een knappend geluid. - “Ik weet waar ze zitten,” zei hij. “Ik heb dit 45 jaar lang gedaan. De rest, die zien er alleen uit als aders, maar die heb ik jaren geleden al opgebruikt.”
      De flebotomist wreef over zijn voorhoofd.
      “Ik hoef geen verband,” zei de oude man. “Nou, prettig weekend.”
      “Ik zei net,” zei de Engel die onze daden boekstaaft, “dat die zwarte man hier vorig jaar ook al was. En hij ziet er verschrikkelijk slecht uit in vergelijking met toen. Hij moet iets opgelopen hebben.”
      De dokter zuchtte. “Stuur ‘m langs de groene lijn.”

Verhalen van de drugsafdeling

Twee keer per maand stonden de verslaafden in de rij voor hun methadon. Eerst moesten ze de gele lijn langs voor een urinetest. Hun urine moest schoon testen om opnieuw in aanmerking te komen voor methadon, dus stonden er types op de parkeerplaats die een eerlijke boterham verdienden met het verkopen van hun pis. Ik weet zeker dat dit de gekleurde lijnen vrijwel nutteloos maakte, maar omdat de urine-ondernemers mij niet goed gezind waren vroeg ik ze niet naar hun mening. - Een andere goeie truc van de gele-lijners die gekregen waarop ze hadden staan wachten, was om de methadon door hun strenge sluwe monden heen en weer te spoelen en net te doen of ze het doorslikten en het dan uit te spugen en op straat te verkopen. Zelfs als ze pis moesten kopen om methadon te verkopen waren ze nog voordelig uit. Dus moest een staflid hen aan het praten krijgen nadat ze geslikt hadden. Terwijl ze praatten keek zij in hun monden om zich ervan te verzekeren dat de vloeistof in hun onwillige kelen verdwenen was.

Andere stemmen

“Mijn hak doet pijn, het is een dof koud gevoel,” zei een man hiernaast waar de violette lijn eindigde. Het leek wel alsof hij een filosoof was die tegen zichzelf aan het praten was, die zijn omstandigheden analyseert om het analyseren, met het doel om het universum infinitesimaal te verrijken. Maar ik wist dat er waarschijnlijk een dokter voor hem knielde in de houding van iemand die aan het pijpen is en hem bijstond en ondervroeg met een droge fluisterstem.

Lot

Wat waren die patiënten allemaal nieuwsgierig! Wat wilden ze hun lot graag kennen!...En toch was alles wat ze hoefden te doen naar beneden kijken van hun brancards en de kleur van de lijn waarlangs ze gereden werden vaststellen; dan zouden ze weten of ze in leven zouden blijven of zouden sterven...

 

 

some rights reserved
vertaling Arie Altena, maart 1996
vertaling van The Visible Spectrum, uit: William T. Vollmann, The Rainbow Stories, Andre Deutsch, London, 1989.

index