Martijn Verhallen: Modular Scriptable Synthesizer Anti Consumerism

door Arie Altena


Deze tekst werd geschreven voor de catalogus met het eindexamenwerk van de studenten - lichting 2003 - van het Frank Mohr Instituut in Groningen. Mogelijk wijkt de in druk gepubliceerde versie licht af van deze.


De sociologie van technologie en wetenschap gebruikt de term blackboxing voor de manieren waarop complexe processen onzichtbaar zijn geworden of geautomatiseerd zijn geraakt. De wereld van de technologie zit vol black boxes: we kunnen met een apparaat omgaan, maar van de processen die zich er intern afspelen, weten we niets, en vaak hebben we er op geen enkele manier toegang meer toe. Soms omdat de kennis ons ontbreekt, soms omdat het apparaat zo geconstitueerd is dat er eenvoudig geen toegang meer is tot die interne processsen. Blackboxing is niet per se een negatieve term. Zonder blackboxing geen gebruiksvriendelijke technologie. Het bon mot van deze wereld is dat je niet hoeft te weten wat er onder de motorkap zit (en ook niet wie de onderdelen gemaakt heeft of waar de benzine vandaan komt) om elke dag auto te kunnen rijden. Je hoeft de broncode niet te kunnen lezen Maar het is de vraag in hoeverre die zogenaamde gebruiksvriendelijkheid het ons onmogelijk maakt om de technologie te veranderen, en zo - omdat technologie een belangrijke factor is die ons leven en onze maatschappij mede vormgeeft - ons andere levens voor te stellen. Het is de vraag wanneer we te ver gescheiden raken van de mogelijkheid om zelf het heft in handen te nemen.

Kritiek op conventionele interfaces en zogenaamde gebruiksvriendelijkheid, blackboxing versus toegang tot de 'broncode', het zelf ontdekken hoe je de technologie kan leren bespelen, veranderen en ontwikkelen, dat zijn kernaspecten van het artistieke, activistische werk van Martijn Verhallen. Hij heeft bij technologie een hekel aan de 'begrenzingen gesteld door fabrikant, de voorbedachte dingen die je ermee zou moeten doen... '. Liever toegang tot de broncode en de mogelijkheid om zelf fundamenteel iets te veranderen, dan aankijken tegen de hapklare onveranderbare brokken van een consumenteninterface. Hij vraagt zich af: 'Wat gebeurt er als je de interface overwint en kan dromen en je in de taal van een willekeurig specialisme kan denken? De code hoeft niet langer vertaalt te worden naar een andere taal en is dus sneller. Tevens is het dan mogelijk om nieuwe toevoegingen te bedenken, te programmeren.'

Het werk Modular Scriptable Synthesizer Anti Consumerism bestaat uit een metalen kist waarin precies een persoon past. In deze kist bevindt zich een computer met een modulaire synthesizer en een soundsystem met twee monitorspeakers. Zes speakers buiten de kist maken hoorbaar wat er binnenin gebeurt. Het is de bedoeling dat de gebruiker zich vrijwillig een uur terugtrekt in de kist, zodat hij afgesloten is van de wereld, om te naar eigen inzicht te spelen met de modulaire synthesizer. Het muziekinstrument is zo ontworpen, en wordt zo gepresenteerd dat de gebruikers op zichzelf is aangewezen. Er is geen handleiding, de interface heeft geen helpfunctie en geeft geen extra feedback. Je moet voor jezelf denken en je eigen instincten en voorkeuren volgen. Het lijkt een vijandig werk te zijn omdat het je niet zegt, als de reclame voor al die andere apparaten: 'Ik ben makkelijk in het gebruik, ik vervul al je wensen, sta altijd voor je klaar en doe altijd wat je zegt'. Dit werk garandeert geen gewenst effect.

De synthesizer is modulair en scriptable. Hij is door Martijn Verhallen geprogrammeerd met behulp van zijn de software Max/MSP - niet alleen favoriet bij hem, maar favoriet van een groot aantal hedendaagse componisten en muzikanten uit de elektro-akoestische muziek. Deze software stelde hem in staat een synthesizer samen te stellen, door 'blokken' en 'functies' aan elkaar te koppelen zijn, waarbij de gebruiker zelf een aantal parameters en filters kan instellen. Koppelingen en instellingen die uit de 'consumentensynthesizers' weggefilterd zijn (bijvoorbeeld omdat er vreemde interferenties zouden plaatsvinden of ongewenste effecten), zijn hier wel mogelijk.

De interface is een kastje met ca. 24 zwarte momentschakelaars en een display met minimale informatie of zelf zelfs disinformatie over de settings en de parameters. Het geluid dat voortgebracht wordt kan het best omschreven worden als een combinatie van noise, clicks & cuts en drones. Er is geen sequencer. De gebruiker kan, door met het instrument te werken, leren hoe hij het kan bespelen, maar uiteindelijk, als hij in de diepere lagen doordringt, ook hoe hij het kan editten en scripten - dus veranderen -. 'Dat betekent', zegt Martijn Verhallen 'dat de gebruiker de synthesizer zelf kan coderen en er een semi-real-time modulaire synthesizer van kan maken.' De 'tools' liggen in handen van de gebruiker, hij/zij moet ze door zelf te denken en te ontdekken.

Het werk is nadrukkelijk bedoeld als kritiek op consumentengedrag en kritiek op de displays en interfaces die de gebruiker te gemakkelijk naar de mond praten en hem tegelijkertijd afsluiten van de mogelijkheid werkelijk creatief te zijn. Maar het werk draagt ook sporen van zijn interesse in modulair wonen en alternatieve maatschappijvormen, zoals 'de woonmodules op ongebruikte plekken.' De kist kan, naast gewoon tentoongesteld, ook op een afgelegen plek of een ongebruikt terrein ingegraven worden, waarmee het zich buiten de dagelijkse maatschappij stelt. Er zit een streven naar autarkie het werk van Martijn Verhallen. Het 'ultieme' podium' voor hem is dan ook onafhankelijk en vrij, dus, zo zegt hij 'geen galerie of museum etc. dat een autoritaire inslag heeft, doe mij maar een lege vervallen fabrieksloods waar ik m'n gang kan gaan, waar er geen uniform gedrag word gepushed'.

Hij fantaseert ook over de vraag of er met rauw geluid niet een snellere en meer directe vorm van informatieoverdracht zou kunnen plaatsvinden dan met een natuurlijke taal. Het tekent dat hij zijn technologische maatschappijkritiek blijft zoekt in het doorbreken van bestaande codes en conventies en ze te vervangen door betere, liefst door een zo direct mogelijke interface, een zo direct mogelijke toegang tot de rauwe informatie. Wanneer ik hem vraag of hij de realiteit zou willen hacken zodat we toegang krijgen tot het echt zinnige, antwoordt hij: 'zou wel tof zijn maar ik zie het nog niet zo snel gebeuren, daarbij weet je, stel dat er een revolutie begint, nooit wat de resultaten zullen zijn, er zijn te veel factoren, te veel parameters.' Daarom is misschien de euforie van het spelen met de synthesizer, het ontdekken van 'zelf muziek maken' wel het belangrijkste. Maar daar begint het.

Citaten zijn afkomstig uit e-mails van Martijn Verhallen en de webpagina met beschrijvingen van zijn werk: http://xs2.mohr-i.nl/~martijn.


gepubliceerd in eindexamencatalogus Frank Mohr Instituut, 2003
some rights reserved
Arie Altena
juni 2003

index